maandag 8 februari 2016

Antwoord op: Laatste strohalm

Mijn serie antwoordstukjes loopt uit de hand. Daarom heb ik maar weer een heleboel uitspraken bijelkaar geveegd voor dit stukje, want ze zitten toch allemaal vast aan dezelfde gedachte, en die gedachte heeft maar één antwoord nodig. Ik doe dat wel vaker, want mijn antwoord-serie loopt nu al veel langer dan de planning was, en er komt steeds meer bij wat ik nog moet behandelen. Ik heb nog genoeg onderwerpen om jaren mee door te kunnen.

Vandaag antwoord ik op een gevolg van het idee dat prostitutie een onwaardig iets is, waar mensen alleen instappen omdat ze geen andere keus hebben, of dat het in ieder geval een negatieve keus is, dat het een wanhoopsdaad is, die niemand leuk vindt om te doen, dat het mensonwaardig is, en dat we daarom afmoeten van hoererij. Die mensen grijpen de prostitutie aan als laatste strohalm om uit de ellende te komen, en dùs is die prostitutie verkeerd en moet die weg.

Dit stukje is ook van toepassing op het gejubel van de verbiedertjes als er in een show, een artikel of een onderzoek wordt gesuggereerd dat heel veel meiden het werk alleen doen omdat ze verder geen opties hebben. Zie je wel, éígenlijk zouden ze liever wat anders doen, dus éígenlijk willen ze sekswerk helemaal niet, dus éígenlijk is het dwang! Die kromme redenering hoor je maar wat vaak.

Als ik het zo opschrijf vind ik het al zo duidelijk dat het heel vreemd aanvoelt dat er nog een stukje over moet komen, maar kennelijk kijken mensen er toch overheen dat er zoveel niet aan klopt dat het gebruikt kan worden voor stemmingmakerij, dus dan moet er maar weer een stukje over komen. Zelfs al vind ik het eigenlijk dat het zo voor de hand ligt, dat het geen antwoord verdient.

Het antwoord is: waarom zou je die mensen afpakken wat ze kiezen boven het alternatief?

Iemand kiest voor de prostitutie, omdat alle andere opties minder goed zijn. Dat betekent dus dat prostitutie hun beste optie is. Waarom moet je ze die dan afpakken? En als je ècht van plan bent om ze wat beters aan te bieden, hoef je toch niet de prostitutie dan uit hun handen te slaan? Een echt betere optie nemen ze dan zelf wel. Het is heel raar om prostitutie aan te vallen omdat het iemands bèste optie is.

De mensen voor wie ze invullen dat die zo fout zitten in de prostitutie, denken daar kènnelijk heel anders over. In de wereld van de hoeren maken ze hun afwegingen, en daar wordt sekswerk duidelijk beoordeeld als de beste mogelijkheid die ze hebben. Ik kan me daar best wat bij voorstellen, want het is leuk werk als het je stijl is, en als de overheid zijn lange klauwen niet op je krijgt heb je veel vrijheid en zelfbeschikking.

Het is gebrek aan inleving. Wat ze zien is een meid die om praktische redenen, dus niet vanwege passie voor het vak, aan de slag is gegaan, en het enige wat ze kunnen denken is "Och nee, het kan toch niet zo zijn dat ze dat smerige werk gaat doen!" Vanuit de meid zelf kijken, en zien dat het voor haar gewoon de beste keus is met waar ze is in haar leven, dat kunnen ze niet of willen ze niet.

En het is vaak willen hoor. Vaak vinden mensen dit soort gedachtes wel een makkelijke smoes om lekker uit de hoogte te kunnen doen over andere mensen en lekker verguisde mensen af te keuren. Dan is het dus ook de moeite waard om daar vooràl nietteveel over na te denken.

Intussen wordt dit gebruikt om meiden, vooral in het buitenland maar steeds vaker ook in Nederland, van hun werk te kunnen wegjagen omdat wat ze ookmaar aangrijpen als ze niet meer kunnen hoeren, vanuit het gezichtpunt van de verbiedertjes béter is. Wat de meid daar zelf van denkt maakt niet uit, want het gaat niet om haar, maar om het ongemakkelijke gevoel wat de verbiedertjes ervan krijgen door te weten wat ze voor werk doet.

Als een verbiedertje een stukje gaat zeilen op zee, en komt daar een drenkeling in een reddingsvlot tegen, dan denkt ze alleen: "Och, wat een slechte manier om op zee te zijn. Dat vlot is niet zeewaardig." Dan kiept ze de drenkeling in het water, en snijdt het vlot stuk. Terwijl ze wegzeilt, roept ze over het hek dat er wel wat meer dankbaarheid zou mogen zijn van die drenkeling in het water. Ze heeft hem toch uit zijn vlot gered.

maandag 1 februari 2016

Midlife Crisis

Je hoort best vaak, als mensen denken dat ze weten wat voor soort mannen onze klanten zijn, dat het zielige mannetjes zijn met een midlife crisis. Dat het zielige mannetjes zijn, dat klopt niet. Maar je ziet bestwel eens mannen met een midlife crisis. Daar had ik vroeger allemaal ideeën over, van wat dat inhield, en ik zag ze meestal wel als een soort mannen wat bezig was met iets wat ze niet meer konden.

Het heeft me flink wat jaren gekost om te ontdekken dat ik daar fout mee zat. Mijn kijk erop was namelijk netzoals het in de psychologie-studieboeken staat. Het idee is dat mensen een zingevingsprobleem hebben op middelbare leeftijd, met onopgeloste problemen uit hun jeugd, en bij het aftakelen van hun jeugd gaan proberen zich weer jong te maken door al hun verantwoordelijkheden te ontwijken. Maar als je maar genoeg echte interesse hebt in wat je midlife-crisis-klanten echt meemaken, kan je dat niet volhouden.

Mannen met een midlife crisis hebben meestal al hun hele leven verwachtingen gevolgd. Ze hebben netjes hun taken gedaan, netjes gedaan wat hun ouders zeiden, hebben netjes de opleiding en de baan genomen die van ze werd verwacht, hebben zich netjes volgens de regels van de samenleving gesetteld, netjes een gezin opgebouwd, en zo'n beetje als ze bij die midlife crisis zijn, dan zijn ze er.

Wat de sleutel voor de midlife crisis is, dat verschilt nogal. Ik heb zoveel verhalen gehoord, geen twee zijn precies hetzelfde. Heel weinig hoor je maar echt iets wat in het psychologie-studieboek-plaatje past. Veel vaker hoor ik dat mannen door willen groeien als de rek uit hun leven is. Of mannen die eindelijk zo volwassen en zelfverzekerd zijn geworden dat ze over de maatschappelijke voorschriften voor hun leven heen durven kijken.

Volwassen worden is een belangrijk idee in die mannen. Het is helemaal niet dat ze teruggaan naar de onverantwoordelijke jeugd. Het is juist vaker dat ze eindelijk hun eigen leven in hun eigen hand nemen. En ook, dat ze niet meer alles voor zich uitschuiven. Dat gaat dan meestal om dingen die ze nog gedaan willen hebben, dingen die ze nog meegemaakt willen hebben, en genoegens die de meeste mensen maar laten liggen.

Onze maatschappij ziet het als een goede zede om je genoegen uit te stellen. Mensen die nu uitspatten worden toch als dom en vulgair gezien, mensen die alles opsparen en zichzelf dingen ontzeggen worden gezien als verstandig. Ja, je geld opmaken terwijl je er nog andere dingen mee moet is natuurlijk dom, maar je kan wat je je leven lang spaart ook niet meenemen je graf in. En een vogel in de hand is nog steeds beter dan tien in de lucht.

Sommige mensen hebben een bepaalde wens. Die kan redelijk of onredelijk zijn, die kan dom of slim zijn, maar als het een afwijkende is, voelen veel mensen wel afkeuring van hun omgeving erover. Daarom doen veel mensen het dan toch maar niet. Ze vinden het eigenlijk een beetje dom van zichzelf, zéker als het een boel geld kost. Mannen met een midlife crisis prikken daar juist vaak doorheen, en dat wordt dan meteen het symbool van hun midlife crisis.

Er zijn mannen die het aan me beschrijven als een gevoel van wakkerworden. Opeens zijn ze niet meer in dat kleine doosje van verwachtingen, maar zien ze dat ze heel andere soorten invulling aan hun leven kunnen geven. Luxe, reizen, vrijheid, seks, drugs, rock en roll, het kàn allemaal! In elk geval een beetje, een keertje, of gewoon net binnen budget, en ze hoeven er alleen iets voor op te geven dat nooit echt hun keus is geweest.

Als ze hun ene uitbraakje uit het doosje van verwachtingen hebben gedaan, zitten ze in hun eigen verboden tuin, en vragen ze zich vaak af of ze ooit nog wel terugwillen. Ze hebben terwijl ze in dat doosje zaten al zo lang alles gemist wat ze eigenlijk hadden willen doen. En dan ligt het voor de hand dat ze zich al die dingen herinneren die ze in hun jeugd allemaal hebben moeten laten gaan.

Dat komt dan soms uit als een vent die dingen doet waar je een tiener eerder mee zou zien. Zoals een klant die besloot dat hij wou leren stunten op een skateboard. Hij is in de vijftig. Toen het skateboard stunten in Nederland een beetje populair werd, vond hij zichzelf veel te oud ervoor. Nu gaat hij er toch nog voor. Het is een ellende met blessures voor hem, en hij kan niet meedoen in het jongerencultuurtje eromheen, maar hij lééft. Zo voelt hij dat.

Hij vindt niet dat hij een tiener probeert te zijn. Hij heeft niet het gevoel dat hij bezig is met jongzijn. Hij heeft dat juist van zich afgezet. Ik hoor eigenlijk nooit van al die mannen dat ze weer jong willen zijn, of hun jeugd willen overdoen, of dat soort dingen die ik er in de studieboeken over las. Ik hoor vooral dat ze eindelijk hun dromen willen uitvoeren. Daar hebben ze lang genoeg voor gewerkt.

Soms is het een uitspatting. Dan zijn ze best tevreden met hun leven, maar willen ze wel gewoon wat dingen eens meegemaakt hebben. Dat is niet zo'n verandering. Er zijn ook mannen die kijken naar wat hun leven ze nou heeft gebracht, en zien dat ze op een punt zijn waar al dat conformisme ze de beloning zou moeten geven. Het soort plek waar ze volgens de maatschappij succesvol zijn, en waar ze tevredenheid moeten vinden.

Dat valt zovaak tegen, ook bij mensen zonder midlife crisis, dat ik ervan overtuigd ben geraakt dat de maatschappij heel veel verdriet doet aan mensen door te doen alsof ze het geluk kunnen vinden door maar een "goede" baan, een "goede" relatie en een "goed" huisje-boompje-beestje te hebben. Onze maatschappij gaat zover dat we mensen die ongelukkig zijn ondanks al dat "succes" maar aanpraten dat het aan hèn ligt.

Mannen die hun midlife crisis niet als een uitspatting willen houden, willen meestal dóór, en dan met iets anders. Ze willen nu hun leven inrichten zoals ze het zèlf willen, zoals ze het zèlf hebben bedacht. Dan krijg je mannen die opeens helemaal van carrière veranderen, en hun oude investeringen in werk, relatie, vrienden en huis laten gaan om wat te zoeken wat meer voldoening geeft.

Soms is dat heel mooi om te zien. Mannen die al jaren vastzaten, die losbreken, en die dan een heel nieuw leven beginnen. Soms gaat dat niet verder dan van de ene naar de andere kantoorbaan gaan, maar soms gaan ze hun leven wijden aan een gratis kliniek in Burkina Faso, worden ze boeddhistische monnik in Thailand, of besluiten de beste hallucinogene drugs ooit te gaan maken. Die mensen vinden daar best vaak ook echt hun geluk. Zelfs als ze in de ogen van de maatschappij kapotgaan.

Helaas gaat het meestal helemaal niet zo. We hebben het namelijk over mannen die veeltelang in een keurslijf hebben geleefd, en helemaal niet voorbereid zijn op hun ontsnapping. Ze weten niet waar ze aantoezijn, en ze hebben meestal veelteveel optimisme over hoeveel ze moeten leren om een ander leven te kunnen leven. En de maatschappij heeft ook vaak nog grip. De vogel vliegt zijn kooitje uit, en komt er te laat achter dat er een ketting om zijn pootje zit.

Ze komen vaak met hangende pootjes terug in hun oude leven. Soms terwijl ze veel hebben opgegeven, dat ze niet meer terug kunnen krijgen. De allerbelangrijkste reden, die ik veeltevaak hoor, is de kinderen. Als zo'n man kinderen heeft, worden die maar altevaak gebruikt om hem terug in het keurslijf te krijgen. Zelfs als hij van plan is om een heel nieuw leven te beginnen, zelfs als hij van zijn gezin wegwil, zijn de kinderen altijd nog de manier om hem te laten gehoorzamen.

Veel mannen komen dus met desillusies terug in hun oude leven, en voelen nog heel lang hoe iedereen in hun omgeving ze erop aankijkt dat ze zich voor aap hebben gezet. Die zien het als een dwaasheid, en berouwen het vaak. Dat vind ik onterecht, maar zo gaat het wel vaak. En voor de mensen die in de verhalen van onze samenleving geloven, is het weer een keertje onderstreept dat die verhalen waar zijn.

Als hoer krijg ik wel wat mee van die midlife crisissen. Niet alleen omdat mannen me vertellen over wat er diep in hun hartje zit, op manieren die ze niet zouden hebben met andere mensen, maar ook omdat seks heel vaak een belangrijk ding is wat ze in hun leven missen, en waar ze meer mee willen gaan doen. Ik denk niet dat het het belangrijkste is wat een midlife crisis aandrijf, maar belangrijk is het zeker.

Soms hoor je zo'n man rustig toegaan naar de conclusie, en weet je dat hij langzaam zijn ogen begint te openen, en dat hij gaat zien dat hij al jaren dingen doet door de sleur die van hem verwacht wordt. Vroeger keek ik dan alleen toe, maar tegenwoordig heb ik wel vaak dat ik probeer hem te waarschuwen als ik dingen mis zie gaan. Dat moet wel goed gebeuren, want het is wel pillowtalk. Maar daar komt nog wel een eigen stukje over.

Vaak komt een man pas naar me toe als hij een midlife crisis heeft. Goed, het is niet zo vaak als mensen zeggen, maar het is wel een stukje van mijn klandizie. Dan heeft hij zich losgemaakt van de verwachtingen, en dan gaat hij voor het eerst de hoeren ontdekken. En na wat ramen en wat gedoe, komt hij bij mij terecht. Meestal blijven die mannen plakken, want ze zijn vaak op zoek naar iemand die ze helpt ontdekken, en dat doe ik graag.

Ik heb een aantal mannen die in de midlife crisis hebben gezeten, en die blijven haast altijd klant. De mannen die ontsnapt zijn verdwijnen vaak weer, want die vinden ook wilde seks buiten de prostitutie, en waarom zouden die de hele tijd bij mij blijven als ze de hele wereld voor zich open hebben liggen? Maar de mannen die minder radikaal kappen met hun oude leven blijven wel komen.

De mannen die afgeknapt zijn ben ik vaak aan het troosten, en toch aan het verleiden om wat meer te proberen. Maar daar is het vuur meestal bij geblust. Dat vind ik jammer om te zien, en ik probeer ze toch altijd net dat ene plekje te geven waar ze toch even los kunnen. Bij de mannen waar het beter ging, en die toch weer hun normale leven hebben opgepakt, ben ik vaak een stukje van een spannend geheim, waar ze even vrij man bij kunnen zijn.

Schaam je niet voor een midlife crisis. Het is een heel gezonde reaktie op een samenleving die je probeert af te rekenen op wat je vindt van wat er van je verwacht wordt. En als er iemand in je buurt een midlife crisis heeft, geef die dan even de ruimte. Die heeft het zwaar genoeg. Ik ben blij met mensen met een midlife crisis. Die kijken eventjes door de maatschappij heen, en dat gebeurt veel te weinig.

maandag 25 januari 2016

Antwoord op: Ik ben tégen...

Je hoort het heel vaak. Bijna iedereen die deelneemt aan een debat over prostitutie zegt het, ergens in het begin van hun praatje. Ze zijn tégen gedwongen prostitutie, ze zijn tégen slavernij, ze zijn tégen mensenhandel, ze zijn tégen misstanden. Van de meest radicale vijanden van de prostitutie, tot opstandige hoeren zelf, íédereen zegt het, alsof het heel belangrijk is dat het maar wel even gezegd is.

Mijn antwoord is: Daar zeg je meer mee dan je denkt!

Ergens is het heel raar dat mensen het zeggen. Als je bij de tandarts komt, begin je niet met dat je tegen gaatjes bent. Als je het hebt over verkeersveiligheid begin je niet met dat je tegen ongelukken bent. Als je het hebt over de gezondheidszorg begin je niet met dat je tegen ziektes bent. Maar bij ons is het heel erg de norm om daar wel mee te beginnen. En als je het niet zelf zegt, word je er nogal dringend om gevraagd.

Het heeft weereens even geduurd voordat ik het oppikte. Maar toen ik het begon te zien, zag ik het opeens heel vaak. Ook als ik nogeens terugkeek naar oude gesprekken, debatten en interviews. Bij sommige mensen past het heel goed, omdat het een leuze is van hun positie, maar heel veel mensen zeggen het ook terwijl dat soort simpele taal over zoiets complex helemaal niet bij hun genuanceerde positie past. Dat klopte ergens niet.

Na de leus "Ik ben tégen gedwongen prostitutie, dat is iets verschrikkelijks," of welke variatie danook, komt er of een "dus," bij de mensen die repressie tegen prostitutie willen, of een "maar," bij de mensen die niet veel verdere repressie tegen prostitutie willen. Maar die fundamenten moeten er zijn, daar moet even van gezegd worden dat het er is. Dat is raar voor zoiets vanzelfsprekends.

Het is namelijk ècht vanzelfsprekend. Níémand is níét tegen gedwongen prostitutie. De man in de straat heeft geen reden om ervoor te zijn, en ziet ook wel dat het gewoon verkrachting plus afpersing is. De vrijwillige hoeren zien hetzelfde, maar weten óók dat het extra verziekende concurrentie is. Wij zijn dus nog méér gemotiveerd om tégen te zijn. De klanten willen ook liever gewoon met iemand die graag haar werk doet, daar zoeken ze naar, want ze zijn geen onmensen.

En dan heb ik nog niet eens genoemd dat iedereen natuurlijk ook gewoon een moraal heeft, en niet wil dat aan andere mensen zo misdadig kwaad wordt aangedaan. Dat zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar omdat de maatschappij hoeren en hoerenlopers graag als ééndimensionale cartoonfiguurtjes ziet, komt dat veelte vaak niet in het plaatje van wie we zijn. We zijn mènsen, met een geweten, met meegevoel, met goede bedoelingen. Het is gewoon werk.

Soms is wat er wordt gezegd ook flink anders. Voor de meeste mensen gaat het verschil niet opvallen, maar voor mij is het erg belangrijk. Soms zijn ze namelijk tegen mensenhandel, tegen onvrijwilligheid, of tegen minderjarigen in de prostitutie. Dat zijn voorbeelden van dingen die ik helemaal niet zo simpel vind dat je er zomaar zonder verder iets vóór of tégen kan zijn, op een zinnige manier.

Wat mensenhandel is, of onvrijwilligheid, dat kan héél veel zijn, en een heleboel van de dingen die worden afgedekt door die termen zijn helemaal geen dingen die je zomaar iets slechts zou noemen als je keek naar zo'n geval dat eigenlijk onterecht mensenhandel of onvrijwillig wordt genoemd. En minderjarigen hebben soms best goeie redenen om in de prostitutie te werken, en waarom zouden we ze dat verbieden? Maar dat is een wespennest dat ik buiten dit stukje ga houden.

Er is namelijk iets veel interessanters te behandelen. En dat is de reden dat dit rare zinnetje de hele tijd op plaatsen tevoorschijnkomt waar het eigenlijk niet nodig is, en waar het eigenlijk niet logisch is. Bijvoorbeeld als het helemaal niet gaat over dwang of uitbuiting, maar over de rest van de prostitutiewereld. Of als het gaat over vrouwen die door de repressiemaatregelen in de knel zijn gekomen. Of over betaalde seks op zijn allervaagst, echt abstrakt, zonder de praktijk er maar bij te halen. Dan is het best een sprong, en die wordt toch gemaakt. En dat móét.

Zeggen dat je tégen bent is namelijk een belijdenis. Je belijdt een denkbeeld, je bekent je aan een taboe. Kijk maar naar mensen die worden beschuldigd dat ze niet tégen zijn, of op hoge toon gevraagd of ze wel tégen zijn. En als mensen niet overtuigend genoeg verklaren dat ze het vinden, ben je gediskwalificeerd. Zo herken je dat het een taboe is, dat het iets is waar je een mening over móét hebben, maar dat mag alleen die éne mening zijn. En die moet worden beleden ook.

Ik ken dat wel van vroeger. Toen ik nog veel met de kerk deed, had je een duidelijke scheiding tussen mensen die wel of niet beleden. Belijden zagen we als de zuiverste, meest èchte manier van geloven. Zo voelt het ook. Geloof is iets wat je moet dóén, geloven is een werkwoord. Daarvoor moet je door twijfels heenbreken, en weerstand hebben tegen je neigingen om te gaan prutsen aan wat je gelooft.

Belijden is zonder terughouding geloven. Je laat het openlijk zien, je laat je er zonder twijfel toe te laten door leiden, en je accepteert, je lijdt alles wat daarbijhoort. Je nuanceert niet, je maakt er niet je eigen vorm van geloven van, je gebruikt geen kritiek, je bent niet sceptisch, je omarmt wat je belijdt als het enige juiste, ook als dat moeilijk en lijden is, ook als je weet dat je geloof best zwakke plekken heeft die je niet kàn verdedigen, je onderwerpt je eraan.

Het is echt een hele mooie belevenis. Veel met religieuze gevoelens is toch telkens een strijd tussen je seculiere leven, je twijfels over je religie en de interpretatie daarvan, en je diepste gevoelens over hoe mooi je religie eigenlijk is. Belijden is dan losbreken van je twijfels, het overwinnen van je twijfel en je sjaggerijnige scepsis, en je ogen sluiten en je in de armen laten vallen van je geloof.

Als je wil belijden, is dat in je eentje bijna ondraaglijk. Je hebt steun van elkaar zowat nódig. Het kan zo moeilijk zijn als je geen steun hebt, en als er mensen je twijfels aanwakkeren. Op een Jongerendag of een Evangelistenavond is belijden haast makkelijk, want iedereen staat er open voor, en iedereen stimuleert het van elkaar. Als je alleen thuis bent, is belijden moeilijk en lastig vast te houden. Belijden is iets wat opbloeit in samenzijn.

Mensen die een geloof belijden, en dus ook mensen die "tegen zijn," willen graag met andere mensen omgaan die ook belijden, en vinden mensen die niet belijden vaak toch erg storend en kwetsend. Vooral als die met ideeën komen die tegen je beleden geloof ingaan. Ze verbreken je geluk daarmee. Mensen blijven mensen, dus al snel wordt het dan een groepsdenken, je bent mèt ons of je bent tégen ons.

Voor mensen die een geloof belijden is het dus heel aantrekkelijk om te denken dat eigenlijk de hele wereld hun geloof zou moeten belijden. En dat mensen die dat niet willen, vervelende dwarsliggers zijn die de boel een beetje aan het saboteren zijn. Dat voelt alsof ze iets moois kapotmaken. En mensen zijn mensen, dus daar wordt vanalles bijgedacht. Vooral dat er vanalles aan vieze, foute motivaties achterzit.

Je ziet hetzelfde binnen de Kerk. Atheïsten zijn iets wat de gelovigen vaak zwaar op de maag ligt. We gelóven wel in wat we belijden, maar we voelen ookwel aan dat je puur met logisch denken eerder bij de atheïsten in bed ligt dan in de armen des Heeren terechtkomt. Ze voelen als een bedreiging. Ze voelen aan als mensen die het geloof wat je in je hartje draagt liefst kapot zouden willen maken.

Bij atheïsten hebben belijdend gelovigen vaak het beeld, dat die eigenlijk gemotiveerd zijn om de Heere te verwerpen omdat ze niet volgens Zijn wetten en regels willen leven. Ze weten in hun hartje wel dat de Heere bestaat, en dat ze Hem moeten dienen, maar ze willen niet, en dus doen ze maar kinderachtig alsof hij nieteens bestaat, zodat ze hun immorele leven kunnen leiden zoals ze dat willen.

Dat is een idee wat je kan gebruiken als je praat met andere belijdende Christenen om je heen, en ooknogwel als je praat met mensen van andere geloven, zolang ze maar belijden. Als je zo praat met mensen die losjes in het geloof zijn, of in een groep waar atheïsten in zitten, dan krijg je toch wel scheve blikken. En dan is het allemaal nietzo makkelijk om iemand te verketteren.

Als we terugkeren naar het belijden van tégenzijn, dan zien we precies hetzelfde. Mensen die niet belijden, die hebben belangen bij de misstanden, en die zijn dus smerig en immoreel, en kan je niet vertrouwen of geloven. Die kunnen aangevallen worden als je onder gelovigen bent, en er zijn véél meer gelovigen in het tégenzijn dan dat je kan rekenen op belijdende Christenen om je heen.

Eigenlijk gelooft bijna iedereen in Nederland in het tégenzijn, en heel veel daarvan belijden het ooknog. Kijk maar naar straatinterviews over prostitutie. De meeste mensen belijden wel. Zelfs als ze vinden dat pure prostitutie, als concept, niets verkeerds is, komen ze toch nog even met de belijdenis dat iedereen weet dat er veel misstanden zijn, en dat dat heel erg is, en dat ze ertegen zijn.

Het geloof zit er bij zoveel mensen in, dat het veilig is geworden om mensen aan te vallen als ze niet belijden. Dat kan gewoon direct zijn door ze te beschuldigen van het bijdragen aan de misstanden die ze ontkennen, of in ieder geval niet hard genoeg belijden, maar het is meestal gewoon voor gek verklaren, en doen alsof je te wereldvreemd bent om een discussie mee te kunnen voeren.

Zo'n vijandige sfeer zorgt ervoor dat mensen er hun handen niet aan willen branden. Mensen die niets met de prostitutie te maken hebben gaan er geen kritische vragen over stellen als ze niet zeker weten dat de mensen om ze heen er relaxt over zullen doen. Dat zorgt er op zijn beurt weer voor dat je ook nietmeer zomaar tegenkomt dat iemand er openlijk aan twijfelt, dus het lijkt iets te zijn dat iedereen vindt. En mensen verwarren consensus met feit.

Het is een groot probleem voor mensen die wat zinnige werkelijkheid in de publieke discussie willen brengen. Want als je niet wil belijden, kom je aan je verhaal niet meer toe omdat iedereen geschokt gaat zitten doen dat je het niet erg genoeg vindt wat er allemaal aan verschrikkelijks bij mensenhandel of überhaupt prostitutie wordt gedacht. Dan ben je een gek, dan ben je hartenloos, dan wìl je het gewoon niet zien, dan ben je gediskwalificeerd, en dus monddood.

Alsof het de omgekeerde wereld is, worden mensen die niet belijden behandeld alsof ze naïef zijn, alsof ze over dingen heenkijken, alsof ze niet opmerkzaam zijn, alsof ze niet weten wat belangrijk is, alsof ze in een reflex ontkennen, alsof ze niet diep genoeg erover nagedacht hebben, en alsof ze dat allemaal doen omdat ze onzorgvuldig omgaan met andere mensen. Er zijn mensen geweest die proberen te laten zien dat het juist andersom is, en dat juist de belijders dit doen, maar dat wordt gezien als kinderachtig omdraaien.

Maar belijd je wèl, wat de meeste mensen gewoon dóén om dus maar serieus te worden genomen, dan ben je sowieso aan het bijdragen aan het idee dat de ideeën van het tegenzijn buiten kijf staan. Dat is al een heel probleem van zichzelf. Bovendien klinkt het heel makkelijk alsof de verbiedertjes wèl consequent zijn, en jij níét. Je komt in zo'n omgeving toch niet toe aan uitleggen wat er echt aan de hand is, want zodra dat wordt opgemerkt roepen ze je terug naar "waar het om gaat," namelijk het belijden.

Je komt namelijk weer terug bij een "valse tweedeling," een zwart-wit idee dat je tégen bent, en alles gelooft wat daarbijhoort, en vol met passie zou willen dat iedereen die doet wat jij immoreel vindt gestraft moet, en het Kwaad uitgedreven moet worden, òf dat jij iemand bent die níét belijdt, en dùs het òmgekeerde vindt van àlles in het tegenzijn, dus dat je beweert dat er nooit iets mis kan zijn met kinderen verkrachten bijvoorbeeld.

Dat wordt niet expliciet gemaakt. Dan weten mensen ookwel dat het zou gaan schuren. Maar zolang je het impliciet laat, gaan mensen er niet over nadenken, en voelen ze het gewoon zo. Dat weten de verbiedertjes prima, en daarom willen ze het nooit hebben over de dingen waar het tegenzijn over gaat, maar over het complete tegenzijn zèlf. En het handigste wat ze doen is laten zien dat het detail waaraan je tornt het idee van het tegenzijn ondermijnt. Je bent toch wel tegen, of niet?

Het lijkt logisch om danmaar een beetje goedkoop te roepen dat je tégen alle verschrikkelijke dingen bent, maar daarmee doe je meer dan je denkt. Je belijdt dan ook dat je je aan de spelregels en implicaties van het taboe houdt. Dat wil je nou juist niet. Je wil dat het zwart-wit-denken opengebroken wordt, en dat er eens tegen het licht wordt gehouden waar al die geloofsartikelen nou vandaankomen.

We kunnen ons niet laten verdelen door te proberen de zwartepiet van het tegenzijn af te spelen op andere groepen binnen de business, en te doen alsof het niet over ons gaat. De mensen maken dat verschil niet in hun geloof, want zo diep is dat niet doorgedacht, en je hebt alleen als "iemand van binnen" toegegeven dat het tegenzijn klopt voor een deel van de business, en dat wordt moeiteloos iets wat geldt voor de hele business.

We kunnen ons niet laten pooieren door mensen die vinden dat we aan de belijdenis moeten conformeren omdat we anders uitgesloten worden. Dat gaat altijd mis. Hoe ze het ook noemen, niet tegen heilige huisjes schoppen, constructief zijn, openstaan voor de ander, niet confrontatief zijn, samenwerkingsgericht zijn of "nou eens meedoen inplaatsvan roepen dat je boos bent", het komt allemaal neer op de belijdenis heel laten, en dan verander je dus uiteindelijk helemaal niets.

We kunnen niet op onze tenen om het probleem heen gaan lopen omdat we geen ijzersterk bewijs hebben dat het tegenzijn niet en nooit klopt. Daarvoor heb je nooit genoeg bewijs, en de mensen zoeken ook niet naar bewijs. Ze belijden, en dat gaat juist beter als je nieteens aan bewijs dènkt als iets positiefs. Belijden is spannender als je meer ongezegd laat, als je meer onzeker laat.

We kunnen niet zalvend doen om te voorkomen dat we belijders op hun tenen gaan staan. Alles wat bij de belijdenis hoort is een persoonlijk iets voor belijders, en je zal altijd mensen op hun pik trappen als je afwijkt van het tegenzijn. Je kan er niet een beetje tegen duwen om het minder erg te maken, want zodra je het minste afbrokkelt aan het tegenzijn ben je al bezig met iets wat als vijandig zal voelen.

Maar wat moeten we dan? Ik heb daar niet een pasklaar antwoord op. We hebben een maatschappelijk idee tegen ons wat nou al minstens vijfendertig jaar lang opgebouwd is door geloofsgroepen en activisten. Daar hebben we veel last van, want dat is nu een geloof geworden, en dat breken we niet zomaar af. We zijn een randgroepje dat mensen lekker vinden om te haten. Naar ons luisteren als het over ons gaat wordt al gezien als een beetje raar.

Als we willen tornen aan het geloof, dan moeten we het mensen uitleggen. We moeten ze laten zien hoe het echt is, niet door hun geloof aan te vallen, want dan schieten ze in de verdediging, maar door te laten zien hoe het echt is. Hoe mensen echt werken. En door te laten zien, met heel veel uitleg, dat we echt ons best doen om daar open over te zijn, en laten zien dat we overal over nadenken, en overal goede redenen voor hebben.

Dat is mijn manier. Er zijn andere meiden die andere ideeën hebben, en die andere manieren proberen. Ik zie wel dat die ook kunnen werken. Sommige meiden zetten belijders voor schut op sociale media door hun slappe verhalen door te prikken. Sommige meiden laten zich breeduit zien als iets waarvan het tegenzijn niet kan accepteren dat het bestaat, namelijk een gelukkige en stabiele hoer. En zo zijn er vast nog meer manieren dat mensen eraan werken.

In talkshows en interviews kunnen we het niet doorbreken. Dan is er alleen tijd voor leuzen, en niet voor uitleg. De media zijn een wapen van de mensen die ons weg willen, en wij krijgen er niet zomaar voet aan de grond. Dat hebben we al decennia gezien. In de wetenschap zijn er mensen die beter weten, maar die komen ook niet hard tegen het tegenzijn in, want die weten wel dat dat niet gaat worden geaccepteerd door de maatschappij.

We hebben eigenlijk alleen onszelf, en de mensen die we kunnen overtuigen. Misschien is het het beste om ze te overtuigen dat het beleden geloof niet klopt, misschien is het beter om ze iets te laten zien waarvan ze zien dat het béter klopt, maar we moeten kijken naar de losse mensen die we kunnen informeren, want als we direct tegen de hersenspoelerij ingaan, zijn we alleenmaar aangevers voor een opzetje.

maandag 18 januari 2016

Oude stukjes

Als ik met mijn blogje bezigben, ben ik vooral bezig met de vòlgende stukjes. Ik heb nog zoveel te zeggen, en ik leg zoveel in het volgende stukje, en telkens valt me weer iets op dat een nieuw onderwerp moet worden, en dat komt in de lijst met onderwerpjes van mijn bloknoot. Als het eenmaal op mijn blog staat, gebruik ik het vooral om er in de stukjes van nu naar te verwijzen.

Ik laat de boel eigenlijk gewoon de boel als het om mijn oude stukjes gaat, behalve als af en toe iemand me mailt dat hij of zij wil dat ik een reactie verwijder. Maar nu ging ik er eens met een grote kop koffie voor zitten, en eens lezen in wat ik nou allemaal geschreven heb de afgelopen jaren. Gewoon eerst eens van het begin af lezen, en later toch wat stukjes overslaan. Want wat is het véél geworden!

Dagboeken heb ik af en toe wel geprobeerd bij te houden, maar ik wist nooit wat ik nou precies hoorde te schrijven. Ik heb altijd een soort Anne-Frank gevoel gehad, dat ik iets hoorde te schrijven dat als een brief klonk, en over mijn diepste gevoelens ging. Ik kreeg dan altijd metéén writers block, en er kwam maar weinig van. Bovendien heb je als bangebroek ook weinig om over te schrijven.

Mijn blog lijkt wel meer mijn dagboek te zijn. Er staat weinig, eigenlijk niets, in over wat er precies op welke dag met me gebeurd is, maar het zijn wel mijn gedachtes, en het laat toch wel zien hoe het met mijn leven gaat op dat moment. Wat me bezighield, en hoe ik naar dingen keek. En zelf heb ik daar natuurlijk dan opeens ookweer het beeld bij wat ik op dat moment deed, toen ik met dat stukje bezigwas.

Wat is er veel veranderd in die zeven jaar bloggen. Niet alleen met mijn blog, want ik ben dat heel anders gaan gebruiken, en ik ben heel anders gaan denken over wat ik schrijf. Maar ook in de wereld, hoeveel dat touw om de nek van de hoeren is aangetrokken. Hoeveel er veranderd is in hoe fel de media ons veroordelen. Hoeveel er veranderd is met wat ik besef dat ik uit moet leggen.

Maar ook met hoeveel ik begrijp van hoe mijn stukjes worden gelezen. Hoeveel ik heb geleerd over hoe ik stukjes moet opbouwen. En vooral, hoeveel ik toen allemaal liet liggen, en hoeveel ik mensen de kans gaf om dingen hélemaal verkeerd te begrijpen. Ik ben veelmeer gaan uitleggen, en veelmeer gaan oppassen dat mensen volledig worden ingelicht door wat ik schrijf.

Dat betekent vooral dat ik véél langer over mijn stukjes doe! Ik ben wel sneller geworden met typen, en met een goed leesbaar stukje maken, maar er zit zóveel meer werk aan mijn stukjes van nu. Niet alleen om te zorgen dat het allemaal wel echt klopt wat ik schrijf, maar vooràl om te zorgen dat ik niets mis. De meeste van mijn lezers lezen maar één keer één van mijn stukjes, dus daar moet àlles over dat onderwerp instaan.

En die twee dingen had ik wel wat eerder, wat vaker mogen doen. Als ik teruglees doe ik dat soms met kromme tenen. Er staan soms onhandige dingen in, soms dingen waarvan je weet dat ze verkeerd begrepen worden, en veeltevaak staat er gewoon informatie niet in die mensen van buiten nodighebben om te snappen waar ik over praat. Dan wordt het een babbeltje, inplaatsvan een stukje wat stáát.

Dat zijn niet de ergste stukjes. Want toen ik begon met schrijven wist ik nog niets over bloggen, wist ik nog niets over hoe mensen het lezen, maar wist ik óók nog veel minder dan nu over hoe andere meiden werken. Ik wist niets van pooiermeiden, ik had nog een beeld over de raamprostitutie dat uit het Sjaban-tijdperk kwam, en ik geloofde een heleboel van de fabels waar ik nu tegen vecht nog heilig.

Het schrijven van mijn blogje heeft gezorgd dat ik veel kritischer ben gaan kijken naar wat ik zelf weet, en wat ik zelf dènk te weten. Dat is een reden dat mijn stukjes me nu veel meer moeite kosten, want ik moet telkens kijken of ik er geen onzin in heb laten sluipen. Ik heb daar gelukkig een flinke groep helpers voor, die allemaal veel meer dan ik weten over de dingen waar ik geen verstand van heb.

Er staat hier en daar onzin in mijn blog. Dat kan ik gewoon nietmeer ontkennen. Ik lees mijn oude stukjes, en ik zie dat ik zoveel dingen zo naïef heb opgeschreven, daar word ik bij andere mensen een beetje geïrriteerd van, maar als ik het op mijn eigen blogje zie word ik boos. Dit mag er eigenlijk niet staan. Ik wil mijn oude stukjes eigenlijk niet veranderen, want dat voelt alsof ik de geschiedenis wil herschrijven, maar er moet iets gebeuren.

Ik heb dus maar beslist om beetje bij beetje mijn oude stukjes aan te gaan pakken, en erbij te zetten wat er niet aan klopt. Dat is de beste oplossing. Ik ga geen stukjes weghalen, en ik ga er niet in lopen redigeren, want dat is iets wat niet eerlijk is. Mensen hebben erop gereageerd, en mensen moeten eerlijk kunnen zien wat ik toen schreef. Nu erin gaan prutsen voelt als valsspelen.

Een stukje waarschuwing kan ik er wel bijzetten. Dat is eerlijk. Ik moet voorkomen dat mensen die op mijn blog komen en een stukje uit 2010 zien, de verkeerde indruk krijgen. Dat is wel weer een hoop werk, maar het hoort een beetje bij een blog als dit. Weer een manier dat een blog beter is dan een boek, want dit zou ik niet met een boek kunnen doen. Al had ik niet voorzien dat ik het op zo'n grote schaal zou moeten aanpakken.

maandag 11 januari 2016

Antwoord op: Maar jij hebt belang bij...

Als meiden uit het vak vertellen over hoe het werk is, vertellen we meestal dingen die verbiedertjes en andere tegenstanders van prostitutie helemaal niet willen horen. Die beweren dan bij hoog en bij laag dat wat wij zeggen niet serieus moet worden genomen. Wij zijn niet representatief, wij liegen natuurlijk, en waar ik het vandaag over ga hebben: wij "hebben er belang bij."

Het blijft vaak zo vaag als "er belang bij hebben" omdat hoe vager ze blijven, hoe minder het mensen opvalt dat het eigenlijk een hele rare gedachte is. Want maak het zinnetje eens af: "Je hebt belang bij misstanden in je branche" is niet iets waar je logisch op kan komen. En "Je hebt belang bij dat we je criminele concurrentie niet aanpakken" ook niet. Eigenlijk is het een heel vreemde, omdat hij zo doorzichtig is. En toch slaat hij aan.

Dat merk je omdat hij zovéél gebruikt wordt. Niet alleen door verbiedertjes, niet alleen door lobbyisten, debaters en andere mensen die graag hetzen en de indianenverhalen de wereld inbrengen, maar ook door mensen die eigenlijk geen idee hebben van hoererij, zich er niet in interesseren, en alleen een beetje het denkbeeld hebben meegekregen, en iets moeten hebben om daar niet over na te hoeven denken.

Mijn antwoord is natuurlijk dat het onzin is, en dat je dat zo kan zien.

Als mensen iets horen wat ze niet bevalt, en waar ze ongerust van worden omdat het niet in hun denkbeelden past, is de eerste reactie altijd om de nieuwe indruk weg te willen doen. Daar wordt dan even snel een reden voor gezocht. Het is niet van toepassing, of het is niet belangrijk, of de spreekster heeft het gewoon verkeerd, of er wordt gelogen, of wat dan ook. In ieder geval mag je denkbeeld niet omvallen.

Daarvoor stelt je geest zich gerust. En daarbij gebruikt je geest vaak drogredeneringen. De drogredenering die hier speelt, heet "circumstantial ad-hominem." Dat is een manier om op de man te spelen inplaatsvan op de bal, maar wel eentje die erg veel lijkt op het aanwijzen dat mensen niet zomaar moeten worden vertrouwd omdat ze een motivatie hebben om er oneerlijk over te zijn, iets wat wèl ertoe doet.

Mijn statistiekmannetje heeft het me zo uitgelegd:

De circumstantial ad hominem is een lastige. Zoals de meeste ad hominem-argumenten valt hij niet het argument aan op de redenering of de premissen, maar is het een poging de inhoudelijke discussie te vermijden of te ontsporen. Als methode om argumenten van een tegenpartij te ontkrachten is zo'n circumstantial ad hominem dus oneigenlijk. Helaas is het in publiek debat niet zo simpel. Veel van de argumenten en informatie die in het publiek debat worden ingebracht zijn niet zozeer op diep gefundeerde argumenten en bewezen premissen gestoeld, maar op vertrouwen in de spreker, meestal op basis van diens positie of reputatie. Je kunt niet van elke luisteraar verwachten dat die van alles wat ze zien of horen tot op de bodem uitzoeken of het klopt. Daarom is het ondermijnen van de betrouwbaarheid van een tegenstander in het debat een effectieve actie. Logisch gezien is het onbelangrijk; zo lang je niets tegen de *logica* of de *premissen* van de ander in kunt brengen, heb je nog steeds zijn argumenten niet ontkracht. Als je echter de betrouwbaarheid van je tegenstander ondermijnt, dwing je hem wel tot verdere onderbouwing, omdat hij niet onmiddellijk geloofd zal worden. Het gaat uiteraard onmiddellijk totaal mis als mensen dat onderscheid niet maken, en puur op basis van de authoriteit van de spreker kiezen of ze zijn standpunt overnemen.

Het aanvallen van de tegenstander op basis van diens motivatie of achtergronden is zuiver wanneer je het gebruikt om argumentering ad verecundiam (op basis van authoriteit) in twijfel te trekken, [b]*en*[/b] wanneer het daadwerkelijk [b]*waar*[/b] is, [b]*en*[/b] wanneer het ook daadwerkelijk relevant is. In andere gevallen is het gewoon een ontwijking, of een poging de argumenten suspect te maken door de bron te vergiftigen. Wees dus op je hoede, en beschouw elk voorval onafhankelijk om te zien of het argument -van jou of van je tegenstander!- al of niet aan deze regels voldoet, en dus al of niet zuiver is, danwel een drogreden. Als je ontdekt dat je het zelf als drogreden dreigt te gebruiken, hou je dan in, want het is een zwaktebod; als je ontdekt dat je tegenstander er gebruik van maakt, hak er dan doorheen, laat niet na om het aan de kaak te stellen, maar laat ook niet na ook andere methoden om te ontkrachten te gebruiken, zodat men kan zien dat je niet probeert om zelf argumentatie te ontwijken.


Nou, dat neem ik maar ter harte dan.

Als ik me uitspreek over de prostitutie, dan doe ik dat inderdaad terwijl ik er belangen in heb. Ik doe het werk, en ik heb er belang bij dat meiden die het werk doen niet worden geplet onder de regeldruk, de zedelijke moraalridderij en de scoringsdrift van de overheid. Het is niet de énige reden dat ik me uitspreek, want anders zou ik ook geen poot uitsteken voor de ramensector bijvoorbeeld, maar hij is er wel.

Je kan dat gebruiken om extra sceptisch te zijn over mijn redenen om te zeggen wat ik zeg. Dat begrijp ik best. Daarom leg ik ook zo ontzettend veel uit over waaròm ik dingen zo vind, en waaròm je me kan geloven. Ookal wordt het schrijven van stukjes er stukken minder leuk van. Ik heb telkens het gevoel dat ik aan het schrijven ben zodat ik begrepen móét worden zelfs als de lezer me niet wìl begrijpen.

Wat ik dan wel eerlijk vind, is als die mensen die zo sceptisch kijken naar waarom ìk dingen zeg, dan óók kijken naar de redenen waarom andere mensen en clubs dingen zeggen! Daar ontbreekt het bijna altijd aan. Dat komt weer voort uit dat mensen denken dat die andere clubs ontzettend goede mensen zijn, en wij hoeren eigenlijk de slechte, maar dat werkt erg onderhuids heb ik gemerkt, en niemand vindt dat het op hèm slaat, zelfs als ze het wel toe willen geven bij anderen.

Iets heel anders is dat het sceptisch zijn over wat ik zeg niet eens goed dóórgedacht is. Sceptisch zijn hoort juist te zijn dat je méér over iets of iemand doordenkt, niet mìnder. Als je dat wel doet, zie je namelijk dat er heel weinig te bedenken is wat er logisch aan zou zijn dat ik zou liegen over misstanden in mijn business voor mijn eigen belangen. En het meeste is netzo van toepassing op andere hoeren die zich uitspreken.

Laten we eens kijken naar gedwongen prostitutie. Wie heeft er nou belang bij gedwongen prostitutie? Zéker niet de slachtoffers. Zéker ook niet de man in de straat, de buurman of de sigarenboer op de hoek. En hoe zou hun concurrentie, de gewone hoeren, er voordeel van hebben dat meiden gedwongen worden met hen te concurreren? We hebben er een hekel aan als andere meiden meer doen dan wij, of lossere grenzen hebben, want daar krijgen wij gezeur van, en het kost ons inkomen. Waar zit ons belang dan?

Ook de klanten hebben er geen belang bij, want zonder het handjevol gedwongen meiden zou de markt nog steeds verzopen zijn in het aanbod. Die zoeken juist èchte meiden, en die zitten helemaal niet te wachten op meiden met twijfelachtige motivaties om het werk te doen. En niet alleen omdat het gewoon beter is wat je krijgt van iemand met liefde voor haar vak, maar vooràl omdat klanten gewoon echte mensen zijn, met een geweten.

Als we gaan kijken naar mensenhandel, is het helemaal een vage boel geworden. Mensenhandel kan zóveel betekenissen hebben, dat je niet weet wat ermee bedoeld wordt. Het idee dat iemand er voordeel van heeft dat er mensenhandel is, is zo vaag dat er eerst eens bij zou moeten worden verteld wàt voor mensenhandel dan! Meestal bedoelen ze er gedwongen prostitutie mee, en dat heb ik al behandeld, maar er zijn meer dingen die mensenhandel zijn.

Je hebt nu gezien dat het onzin is om te denken dat we belangen hebben bij het bestaan van mensenhandel, en dan komen we bij de volgende beschuldiging. Die is dat we belangen hebben, niet bij de misstanden, maar bij de ontkènning van de misstanden. Het verhaal is dan zoiets als dat wij het moeilijker werken vinden door de acties en regels die worden gebruikt om al die slachtoffers te bevrijden.

Nou worden door al die razzia's en wetten helemaal geen slachtoffers bevrijd, dus dat is al een belangrijk punt, maar het is wel waar dat die overheidsrepressie en heksenjacht op hoeren ons heel veel ellende bezorgt. Ze nemen ons dan kwalijk dat we daartegen protesteren, en zeggen dat we belang hebben bij het stoppen van die heksenjacht alsof dat iets is wat een stiekeme motivatie is die wij liever geheim zouden houden.

De suggestie is natuurlijk dat we éígenlijk wel wéten dat het overal kommer en kwel is, maar doen alsof het niet zo is omdat we niets geven om de misdaden die tegen andere mensen worden uitgevoerd, om zelf maar niet gekoeioneerd te worden door de overheid. We zijn gewoon harteloos en egoïstisch, en ookal zijn wij degenen die het het best kunnen zien, wij wìllen het niet zien omdat ons werk dan lastiger zou worden. En daar heb ik al een stukje over.

Alsof je iemand die door een gek op straat in elkaar wordt geslagen, die jou hulp vraagt, afwijst door te zeggen dat hij alleenmaar wil dat je hem helpt omdat hij er belang bij heeft niet meer geslagen te worden. Alsof je iemand die protesteert tegen dat zijn fiets wordt gestolen vertelt dat zijn mening niet telt, omdat hij er belang bij heeft dat hij die fiets mag houden.

Het is een gotspe. Wij zijn niet de mensen die huichelen over wat ze willen! Wij zijn heel duidelijk, wij willen gewoon dat het hetzen en de vervolging van hoeren stopt. We zijn die oorlog tegen de hoererij goed beu. Om dan te worden beschuldigd van oneerlijkheid door mensen die grof geld verdienen aan hun eigen moraaltrip is dan echt onbeschaamdheid. Maar helaas denken de meeste mensen niet zover door.