maandag 30 mei 2016

Antwoord op: Seks moet speciaal zijn

In dit stukje verzamel ik alle opmerkingen en ideeën over dat je seks iets exklusiefs moet houden, omdat het anders minder waarde krijgt. Je moet het met weinig mensen doen, je moet het weinig keren doen, je moet het laat doen en vooral moet je het alléén doen in de goeie omstandigheden. De malle ideeën over wat er allemaal misgaat als je seks hebt die niet in de goeie omstandigheden gebeurt, en al die andere dingen uit het stukje over de angst voor seks probeer ik niet dubbel te doen.

Het idee is dat seks iets speciaals moet zijn. En dat je het daarom als iets bijzonders moet behandelen, en niet "zomaar" moet doen. Je moet er de goede redenen voor hebben, anders doe je het verkeerd. Of je dan seks minder speciaal hebt gemaakt, of niet-speciale seks hebt gehad en dàt erg is, of dat je dan gewoon speciale seks hebt misgelopen, dat kan verschillen.

Wat de filosofie erachter ook is, het idee dat je op moet passen met niet-speciale seks is onzin.

Het begint al vroeg. Kleine meisjes, en jongens ook trouwens, krijgen te horen dat seks iets is wat je alleen moet delen met speciale mensen, bij speciale omstandigheden. We leren de meeste kinderen niet meer om te wachten tot het huwelijk, maar we vinden nog wel dat ze niet te jong mogen experimenteren, en het moeten combineren met liefde. Het moet een magische ervaring worden, zoals we het beschrijven.

Dat is natuurlijk al gewoon bijna niet haalbaar. De eerste keer weet je gewoon niet waar je mee bezig bent, en gaat het dus vaak fout. Er zijn wel mensen die een goeie eerste keer hadden, maar dat is wel de minderheid. Die waren goed geil en hebben mazzel gehad met hun lijf en hoe ze moesten gokken dat het moest. Meestal is het gewoon gepruts en is het slecht, matig of pijnlijk. En dat zou niet èrg moeten zijn.

Verhalen over eerste keren die niet soepel gaan zijn hilarisch voor de mensen die afgestapt zijn van het idee dat je eerste keer magisch moet zijn. Hikkend van de lach vertellen dat je eerste poging onbedoeld anaal werd, en je niets durfde te zeggen omdat je dacht dat het alleen zo vóélde, maar hij wel zou weten wat hij aan het doen was, is best leuk. Als je denkt dat je dan iets misgelopen bent, of nog erger iets verlòren bent, dan is het sneu.

Seks is vooral voor meiden de eerste keer vaak echt even afknappen. Als je een beetje pech hebt moet er echt flink wat scheuren voordat je kut zich normaal gaat gedragen, en het is best even wennen aan dat er wat in je gaat. Dat kan best eng voelen. Als je ze wijsmaakt dat het een magische ervaring moet zijn, geef je die meiden dus mee dat die kutervaring van hun eerste keer komt omdat ze het niet magisch genoeg hebben gemaakt, en hem nu zijn misgelopen. Dat vind ik erg onaardig.

Er leeft heel sterk het gevoel dat seks exklusief moet zijn. Het krijgt waarde met de mensen met wie je het doet, doordat je het met andere mensen níét doet. Als je het met andere mensen óók zou doen, verliest het zijn waarde voor de mensen die het anders exklusief zouden krijgen. En voor jezelf, op de één of andere manier. Dat houdt natuurlijk dan in dat een hoer, die het heel vaak en met heel veel mannen doet, dus nooit speciale seks heeft.

Ik vind dat zo raar gedacht. En misschien kan ik dat wel het beste met een voorbeeldje duidelijk maken.

Mijn opa was oud en was al een poos ziek. Hij was zo'n man die nooit klaagde, en toen hij toch maar naar de dokter ging, was het ookwel om iets ernstigs. Hij moest geopereerd gaan worden, want zo was het geen leven, volgens de dokter. Maar het was op zijn leeftijd niet zomaar iets. Hij moest er rekening mee houden dat hij niet goed uit de operatie zou komen. Opa was nooit een man van halve maatregelen, en die ging voor de operatie.

Hij nodigde de familie uit op het laatste middageten voordat hij het ziekenhuis in zou gaan. We wisten dat die operatie zou komen, en dat het heel goed kon dat dit de laatste keer was dat we hem zouden zien. Ik weet nog elk moment van die maaltijd. Hoe iedereen ongemakkelijk was, hoe erg we op die oude man letten, en hoe hij ons allemaal gerust probeerde te stellen. Het was een speciale ervaring, die ik koester.

Is die ervaring iets minder waard omdat ik ook andere maaltijden heb gehad? Is die ervaring iets minder waard omdat ik weleens een luikje bij de FEBO heb opengetrokken? Wordt die gedachte soms verdreven, of samengevoegd, met de magnetron-nasi die ik op schoot weghap als ik geen tijd heb? Wat en hoe ik anders heb gegeten doet er níéts toe hoe bijzonder die ene maaltijd was, en hoe erg ik die in mijn hartje draag.

Met seks is dat net zo. Ik heb letterlijk duizenden keren geneukt. Ik heb nu al meer geneukt dan de grootste meerderheid van de mensen in hun hele leven zullen doen. En ik weet mijn bijzondere nummertjes nog precies even goed als zij. En de onbelangrijke wippen ben ik evengoed vergeten als zij de hunne. Meer seks verdunt de seks niet. Het blijven ervaringen, die op zichzelf staan.

Ook voor mij is de eerste keer met iemand waar ik verliefd op ben nog steeds heel speciaal, met de bibbers en de klamme handen, de giechelbuien en de onzekerheid, maar ik kan nu garanderen dat het een mooie beurt wordt. Want ik heb ervaring, en ik weet waar ik mee bezig ben. Als ik als meisje wat meer had geëxperimenteerd met seks toen iedereen nog onbeholpen was, had ik betere ervaringen opgedaan toen ik klaar was voor relaties.

Je kan toch al niet erop rekenen dat alles goedgaat met seks als je maar braaf genoeg bent. Seks is iets tussen twee mensen, waar heel veel onuitgesproken dingen bij komen kijken, en heel veel een beetje maar gebeurt, en niet wordt gepland. Dat gaat niet altijd zoals je wil. Als seks foutgaat hoeft dat geen ramp te zijn. Er is een pik in je doos geweest. Dat is het dan. Als je dat leert is dat heel bevrijdend.

Er zijn veel mensen die zeggen dat het toch, tòch bij seks anders is, omdat seks bij liefde hoort. Seks zonder liefde, dat mìst wat. Seks zonder liefde is niet compleet, of is zonde, of is een teleurstelling, of wat ook. Tja, autorijden zonderdat je op een circuitdagje bent mist ook wat. Het is helemaal niet te vergelijken hoe leuk dat is. Maar ik kan ooknogwel plezier hebben van mijn autootje onderweg naar huis.

Seks met iemand waar je van houdt is bijzonder, omdat je netzoveel plezier hebt van dat je hem lekker loskrijgt als dat je er zelf wat aan hebt. Bij een snelle wip met een one night stand heb je die kick veel minder. En als je verliefd bent ben je ooknogeens high op je hormonen. Ja, dat is lekkerder. Maar dat wordt ècht niet minder lekker als je daarnáást ooknog àndere seks hebt. Je gaat het hoogstens méér opmerken, omdat je kan vergelijken.

Ik vraag me ookwel af: zijn al die mensen danook netjes verliefd op hun hand als ze masturberen? Dat is immers ook met seks bezigzijn, en daar hoort dan kennelijk niet al die relatietoestanden bij? Kijken ze alleen naar porno met acteurs waar ze verliefd op zijn? En is de herinnering aan seks met mensen waar ze overheenzijn nu iets wat helemaal verkeerd is geworden toen de verliefdheid overging?

Sommige mensen, die het meest benauwd erover zijn, hebben er nog iets onderzitten, merkte ik laatst. Dat ging dan meer over vreemdgaan, maar het is hier ook van toepassing. Die zien heel goed dat de hechting die sommige mensen met hun partner hebben, niet is omdat ze zo aan de partner gehecht zijn, maar gehecht zijn aan de seks, en die alleen met die partner hebben. Dus als ze met anderen seks zouden hebben, is die band niet meer zo sterk.

Als je zo denkt, en dat komt best veel voor zie ik sindskort, dan is je hele relatie dus een schim. Dan denk je dus dat hij niet van jou houdt, maar alleen voor jou kiest omdat dat moet voor de seks. Dat hij verliefd is op het neuken, niet op jou. Dat vind ik echt een zieke manier van denken over wat liefde is. Houden van mensen verwarren met houden van seks is misschien waar ze bang voor zijn, maar wat zegt dat dan over hoe ze zelf met seks omgaan?

Het houdt in dat je dan seks gebruikt als een soort lokaas om de man zijn liefde voor je te laten tonen. Je bent hem hard aan het laten lopen door hem te manipuleren met seks. Je gebruikt dan seks om je zin te krijgen. Je gebruikt seks omdat je anders de aandacht niet krijgt die je wil, omdat je die aandacht geven zèlf niet interessant genoeg kan maken. Wie maakt er dan seks tot iets minderwaardigs en platvloers?

Mensen, je moet niet bang zijn om seks te ontdekken. Al die angsten zijn zinloos. Soms gaat het lekker, soms niet, soms leer je een hele nieuwe wereld kennen, en soms alleen dat deze soort seks voor jou, in ieder geval nú, het gewoon niet is. En dat is niet erg. Daar wordt seks niet minder speciaal van. Het is van zichzelf bijzonder genoeg dat je er niet als een maagdje door verrast hoeft te worden.

donderdag 26 mei 2016

De tweede kamer wil klanten wel criminaliseren

Gisteravond, woensdag dus, zat ik stilletjes achter mijn laptop, te kijken naar de livestream van de Tweede Kamer. Daar werd de klantcriminaliseringswet behandeld. Ik heb al die mensen al informatie gestuurd over dat wetsvoorstel, en ik heb geprobeerd in gesprek te komen, maar het is duidelijk dat dat tevergeefs was. Dat is niet nieuw, eigenlijk luistert er haast niemand, en alleen in de Eerste Kamer zijn er nog wat kritisch en eerlijk.

Ik heb ook begrepen dat Emma-Lotte, een collega die bij de eerste behandeling van de WRP zo'n sterke invloed had, hier niet meegeschreven heeft. Daar kregen we wel Proud voor terug, maar die zijn duidelijk minder gevaarlijk voor wat de politici willen geloven. Die zijn nog in het stadium dat ze denken dat je met overleg en compromis ergens komt, netzoals de Rode Draad langzaam moest leren dat je dan gewoon genegeerd wordt, terwijl ze wel kunnen zeggen dat ze met je gepraat hebben.

Over het wetsvoorstel heb ik al eerder geschreven. In het kort gaat het om een wet die heet dat hij gaat over het beschermen van misbruikte sekswerkers, maar het eigenlijk alleen strafbaar stelt om een hoer te bezoeken waarbij je volgens de regeltjes van de wetsontwerpers had moeten denken dat er een misstand zou kunnen zijn. Of die misstand nou bestaat of niet. Dus eigenlijk is het straf als je niet dezelfde dingen signalen van misstanden vindt als de overheid.

En dat is nogal wat. Eigenlijk gaat het hier dus om mensen straf geven omdat ze niet geloven in de wilde indianenverhalen die de overheid eropnahoudt. Als je beter weet dan de overheid, bijvoorbeeld omdat je gewoon in gesprek gaat met de hoeren, dan wil de overheid je daarvoor straffen. Het is een misdaad om niet te geloven in de slavinnetjesporno, en een misdaad om daar niet over in de paranoia te delen.

Die verhalen van de overheid waar je in moet geloven, daar ben ik al dieper opingegaan. Het zijn vooral dingen die, als je echt wat weet van de branche, helemaal geen teken van misstanden zijn, maar eerder tekenen dat de meid voor zichzelf werkt, en probeert uit de klauwen te blijven van mensen die haar voor hun karretje willen spannen. Het zijn dingen die niet bestaan, of dingen die de overheid zelf geschapen heeft.

Maar ja, de politiek denkt maar op één manier. Die zien dat burgers niet allemaal volgen wat de politiek leuk vindt, en als de burger niet doet wat de politiek wil, moet de burger straf. Zogenaamd om de slachtoffers te helpen, ookal hoeven in deze wet de slachtoffers helemaal niet eens te bestáán. En zouden ze zeker niet geholpen zijn door de enige mensen die hun communicatie met hulp zouden zijn, bang te maken om betrokken te raken.

De kamer praat er heel anders over. Die praat erover alsof klanten nu geen zier geven om de meiden, en alleen als ze strafbaar worden gemaakt eens uit hun ogen gaan kijken. De wet wordt beschreven als een "signaal." Daar zijn wetten niet voor, maar de politiek denkt daar heel anders over. Die vinden wetten dingen om te laten zien hoe betrokken ze zijn, en dat ze stemmen verdienen. Niet dingen die echt levens gaan verwoesten. Dat kan ze weinig schelen.

Samen met de WRP brengt deze wet heel wat nieuwe problemen. We hadden er al genoeg, maar met de WRP kunnen gemeentes nog harder ons uit de legaliteit verdrijven, en wordt alles wat zij niet zegenen illegaal en strafbaar, inplaatsvan het vage 'illegaal' van nu, en met de klantcriminalisering wordt vooral gevochten tegen de meiden die af en toe een klantje draaien, en de klanten die graag met onafhankelijke meiden werken. Samen zorgen ze dat niemand de dans ontspringt.

Dat het wetsvoorstel eigenlijk over iets heel anders gaat dan de titel, en dat het niet gaat om echte slachtoffers, dat negeren de Kamerleden allemaal. Die hebben daar allemaal mail en post over gekregen, maar niemand vindt dat interessant genoeg om over te praten. Inplaatsvan problemen hebben met dat er mensen strafbaar worden waar eigenlijk niets aan de hand is, hebben ze problemen met de details waarmee de mensen daarbuiten onterecht zullen worden aangepakt.

Er wordt gepraat over hoe er moet worden omschreven wanneer de klant strafbaar genoeg niet-gelooft. Vooral vanuit het oogpunt dat je anders die arme OM'ers zoveel werk geeft om dingen te moeten bewijzen voordat ze iemand in de gevangenis mogen laten gooien. Of al die tekenen wel ergens op slaan, dat kan ze helemaal niets schelen. Ze kijken vanuit hun eigen moraal, en hun denkbeeld is zo nauw als hun begrip.

We horen nog even als rechtvaardiging hoe de Valkenburgse Zedenzaak wordt aangehaald. Sowieso hebben ze er een verhaal bij wat helemaal niet klopt, en wordt er zo'n beetje heilig geloofd in de persberichten van het OM, zonder verder naar de zaak te kijken. Maar ook trekken ze juist uit die zaak waar de minderjarige meid zelf alle initiatief had de conclusie dat we er veelmeer vanuit moeten gaan dat hoeren helemaal geen invloed hebben op hun lot, en geknakte willoze dingetjes zijn.

Ach, jongens. Ik kan door die pagina's en pagina's van dit debat heengaan, en telkens laten zien hoe wat die politici doen gewoon is wat ik hierboven schrijf, maar zitten jullie daar echt op te wachten? Ik weet dat jullie niet van mijn nieuwsstukjes houden. Ik ben gewoon weer teleurgesteld, er is zoveel domheid. We kunnen uitleggen wat we willen, maar ze luisteren naar geen woord als er stemmenwinst inzit, en de combinatie van crime-fighting, seksuele moraal opleggen en arme seksslachtoffertjes redden is onweerstaanbaar voor alle partijen.

Je kan vinden dat ik hier te negatief ben, omdat er wel politici hun zorgen uitspreken over het wetsvoorstel, en niet per sé voorzijn. Maar dat gaat telkens niet over het hart van de wet. Dat gaat telkens over dat de wet ook mensen opslokt die eigenlijk niet fout zijn, zelfs als we in dat fantasieland leefden waar er echt die misstanden zijn die met deze wet aangepakt zouden worden. Dan blijft het luchtkastelen bouwen.

Er is maar één iemand die goede dingen zegt. Dat is van Oosten, van de VVD nogwel. Die gaat ook niet op de hoofdzaak in, maar hij is tenminste wel eerlijk, en hij komt met argumenten uit het werkveld. Maar helaas zit hij ook vast in het denkbeeld, en durft niet helemaal los te komen van het evangelie van de grote misstanden in de hoererij. Hij krijgt een pluim, maar het gaat ons niet redden. We zakken steeds dieper in het moeras van gekkigheid.

maandag 23 mei 2016

Een tik mee van de inrichting

In eerdere stukjes heb ik weleens oproepjes gedaan om in contact te komen met meiden uit opvangplekken voor loverboyslachtoffers of behandelcentra voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daar is nooit veel van gekomen, en misschien is dat ookwel omdat ik nooit met dat soort meiden kon opschieten. Waarschijnlijk is mijn karakter gewoon netzogoed iets wat hen niet aanstaat, als het karakter van loverboymeisjes mij niet aanstaat.

Niet dat het helemaal stil is gebleven. Ik heb wel wat gehoord, van meiden die te maken hebben gehad met dat soort clubs, maar vooral van zussen, broers, oma's, vriendjes en vriendinnen. Dat zijn allemaal glimpjes geweest, en niet echt volle verhalen. Als je gaat graven is dat niet welkom. Misschien is dat ook wel iets heel intiems, wat ze niet snel vertellen. Ik moet het maar doen met wat ik te horen krijg. Maar sommige mensen die zo'n meisje kennen zijn heel goede waarnemers.

Dat is nodig ook, want de meeste verhalen die ik kreeg waren maar flarden, en daardoor kan je gewoon geen goed beeld krijgen van wat er nou allemaal gebeurt. Het heeft heel lang geduurd voordat ik lucht kreeg van een meid waar genoeg informatie vanafkwam, vooral van de mensen om haar heen, zodat ik er een stukje van kon maken zonderdat ik zelf dingen moest gaan invullen.

Eerst wou ik hier een ingezonden stukje van maken, maar eigenlijk komt deze informatie van een hele stoet e-mails en wat gesprekken af, en van meerdere personen. Ik zou teveel moeten herschrijven om dat nog een ingezonden stuk te noemen, dus ik hervertel het maar. Natuurlijk heb ik het wel laten checken door de collega's en contacten van wie ik het heb. Helaas wou de vrouw waar het over gaat niet checken of het klopte.

Ik kreeg met dit verhaal te maken door een hoer uit mijn kringetje van mensen die helpen met mijn blog. Zij levert afentoe informatie, en ze heeft goede kritiek als ik iets schrijf wat niet helemaal klopt, of wat slecht is opgeschreven. Ik zal haar Y noemen. Y had voor mij contact gemaakt met een oud-collega van haar, omdat ze wist dat ik op zoek was naar informatie over wat er gebeurt in de gesloten inrichtingen van de reddingsindustrie.

Zelf had Y niet in een inrichting gezeten. Maar zij was de mentor geweest van een jonger meisje dat daar wel in terecht was gekomen. Die noem ik X. Toen Y de mentor van X werd, waren ze allebei minderjarig. Ze waren vroege starters, maar Y had al wat jaren voorsprong, want die was vroeger begonnen dan X. Ze was maar een jaartje ouder. Al heel snel werden ze vriendinnen, en Y deelde zelfs haar slaapadres met X als die niet naar huis wou.

Een ander stuk van het verhaal kwam van de zus van X. Die wou meer praten dan X zelf, en heeft me veel nuttige informatie gegeven. Zij heeft ook voor mij contact gezocht met X, en geprobeerd haar te overtuigen met me te praten over wat er allemaal was gebeurd toen ze in die instelling zat. Ze was ervan overtuigd dat ze mee zou willen werken, en ze was erg blij dat ik op mijn blog kritisch ben op die bedrijven.

Natuurlijk wou ik vooral informatie van X zelf. Voor haar zus heeft ze nog wel contact met me gemaakt, haar verhaal verteld, en ze heeft daarna nog vragen beantwoord, maar het was duidelijk met lange tanden. In het begin was ze echt klaar om zich te uiten, en een boekje open te doen, maar al na een paar minuten werd ze emotioneel, en keerde ze zich met elke zin meer in zichzelf. De laatste vragen werden met een brom of een knik beantwoord. Na mijn interview met haar antwoordde ze nergens meer op.

Ik wou erg graag weten of ik haar van streek had gemaakt door mijn vragen, of dat het de herinneringen waren die dat hadden gedaan. Daar heeft ze ook niet op geantwoord. Dat vind ik jammer, want dat maakt wel erg verschil. Als ze namelijk door mij van streek raakte, kon ze me weleens "wenselijke" antwoorden zijn gaan geven. Daar heb ik natuurlijk eigenlijk niets aan, ik moet weten wat er ècht gebeurde. Ik kan ook niet gokken wat zij zou kunnen hebben denken dat ik wenselijk zou hebben gevonden, dus ik kan dat nieteens inschatten.

Mijn vragen waren wel zo gemaakt dat ik niet aan het leiden zou zijn. Daar heb ik hulp bij gehad. Die neutrale vragen waren dan toch nuttig, want zo kon ik nagaan of wat ik hoorde van Y en van de zus wel klopte. Als ik dingen had gevraagd waar de informatie inzat die ik van de andere twee had gekregen, had ik nog steeds niet geweten of ze me nou bevestigde wat ik had gehoord, of me gewoon een plezier aan het doen was.

Haar verhaal begon met X en Y die samenkwamen. Y werkte met een mentor, die haar uitlegde hoe het werk werkt, en wat je moet doen om veilig te blijven. X was een meisje dat maar een klein beetje jonger was, maar helemaal groen was terwijl Y al drie jaar erop had zitten. Y kwam X tegen omdat een klant hen samenbracht. Dat is best een verhaal inzichzelf, maar het wordt al een flinke lap, en het doet er niet toe voor de rest van het verhaal.

Als X werkte deed ze dat tijdens de tijd dat ze niet thuis woonde. Ze liep weg van huis voor een week, soms meer weken, en kwam dan weer terug. In die tijd sliep ze meestal bij Y, maar ookweleens bij klanten. Ze had soms de behoefte om thuis een kind te zijn, en soms de behoefte om vrij te zijn, volwassen te zijn, seks te hebben en haar eigen geld te verdienen. Ze was er wispelturig over, zoals pubers dat zijn.

X was net als Y minderjarig, en moest voorzichtig werken om niet gepakt te worden. Ik begrijp van iedereen dat X goed haar best deed, maar ook als je àlles goed doet kan je niet verwachten dat je niet gepakt wordt. Ze is een politiefuik ingelopen. Die had je toen véél minder dan nu, maar ook toen al kon je erop rekenen dat je niet meer dan een maand of twee voluit kon werken zonderdat je gepakt werd.

Jonge meiden werkten toen ookal met heel weinig klanten, en waren dus erg afhankelijk van de klanten die ze hadden leren kennen. Die hadden dus wel macht over ze, ookal was dat toen nog veel minder erg dan nu. Het is heel verleidelijk om meer klanten te proberen te werven zodat ze geen macht meer over je hebben. Als je niet door de politie wordt gezocht, is dat ook heel logisch. Maar als je minderjarig werkt, is dat gevaarlijk.

Ze liep in een politiefuik, en verdween. Y en haar andere vriendinnen hadden eerst geprobeerd te ontdekken wat er was gebeurd, want die dachten dat ze misschien door een klant ontvoerd was. Die hadden al helpers ingeschakeld toen bleek dat het de politie weereens was. Ik blijf het raar vinden dat onze eerste reactie nog steeds is om te denken dat een klant gekgeworden is, want het is eigenlijk àltijd wel de politie die het gijzelen doet.

Toen X verdween dook Y voor de zekerheid ook maar onder. Ze wist niet of X wel haar mond zou houden bij de verhoren, en voor je het weet hebben ze jou ook te pakken. Iedereen was ongerust wie er opgepakt zouden worden. Andere meiden deelden ook klanten met haar, en van klanten weet je bijna zeker dat ze doorslaan als ze door de politie worden gepakt. Maar alles bleef stil, ze kon kennelijk goed zwijgen.

Het bleef lang stil. Zo lang, dat iedereen langzaamaan dacht dat ze na haar verhoren zo geschrokken was, dat ze nooit meer durfde terug te komen. Ze waren haar al bijna vergeten. Y natuurlijk niet, maar die ging natuurlijk ook niet bij haar ouders langs om te vragen hoe het zat. Ze zorgde alleen wel dat ze bereikbaar bleef, en hield er een telefoon voor bij die ze anders allang had weggedaan.

Pas na meer dan twee jaar verscheen X weer. Opeens, en alsof er niets was veranderd. Ze was net meerderjarig, en ze wou weer aan de slag. Ze zocht ook contact met Y, en wou de draad weer oppakken. Natuurlijk heeft Y daar wel eerst even over nagedacht, want die wou ook niet in een val worden gelokt. Die heeft eerst gepolst wat er nou gebeurd was, voordat ze X weer bij de hand nam.

X wou wel kwijt dat ze door de politie, in samenwerking met haar ouders, aan een grote hulpverlenersclub was overgeleverd, en daar heel lang intern had gezeten, en nog daarna als outpatient, maar veel meer kwam er niet uit. Ze wou er niet over praten, ze wou het achter zich laten. Ze was nu eindelijk meerderjarig, ze kon eindelijk weg bij haar ouders, en dat deed ze nu ook vol overtuiging.

Ook al had X geen nieuwe ervaring in de prostitutie opgedaan tijdens haar afwezigheid, toch was haar stijl heel sterk veranderd. Ze was eerst een voorzichtig en verstandig meisje geweest, maar nu dook ze in het werk met zoveel roekeloosheid dat Y zich erg zorgenmaakte. Ze was veranderd, niet alleen omdat ze nu weinig meer om beheersing leek te geven, maar ook met hoe ze wàs.

Ze was opeens heel goed in gedwee lijken, en meegaand doen, maar eigenlijk heel geniepig onder dingen uitkomen en eindeloos liegen. Ook als dat ècht niet hoefde. Het was heel moeilijk geworden om een eerlijk antwoord uit haar te krijgen. Tijdens haar afwezigheid was ze gaan roken, en ze hing bij elke kans die ze kreeg een joint in haar bek. Maar Y werd het meest ongerust omdat X opeens een ongezonde interesse in pooiers bleek te hebben.

Er zijn meiden die verantwoordelijk met pooiers om kunnen gaan. Daar heb ik gelukkig al veel over geschreven, want dat past hier niet nogeens bij. Die weten wat ze willen, wat ze nodighebben, en hoe ze die pooier gaan bespelen en boetseren. X had dat niet. Als die een pooier zocht praatte ze erover zodat het duidelijk was dat ze juist iemand zocht bij wie het helemaal uit de hand zou lopen.

Y heeft haar bijgestuurd, maar dat ging niet makkelijk. Als je geen flink leeftijdsverschil hebt, is het moeilijk een tiener bij te sturen. Het lukte wel, maar X was eerst veel beter bezig, had haar prioriteiten beter, wist beter wat ze wou, leerde sneller, was een vrolijkere meid en pàste veel beter op zichzelf. Nu had ze iets ongelukkigs, en iets alsof ze voelde dat het allemaal toch niet uitmaakte wat ze deed, omdat het noodlot toch wel voor haar besliste.

Je verandert natuurlijk altijd als tiener. Je moet veel ontdekken, je hebt kuren en bevliegingen, en je komt er nooit hetzelfde uit als je eringing. En toch was er bij X iets dat iedereen die haar kende ongerust maakte, want zó heftig veranderen mensen niet als ze niets is overkomen. Iedereen wou weten wat er aan de hand was, en vooral Y natuurlijk. Maar X wou er niet over praten.

Dat zeg ik nou wel, maar dat was dus ingewikkelder. Ze wou best praten, en ze snapte ookwel dat ze wat uit te leggen had, maar ze werd chaggerijnig en driftig als ze begon, en klapte ze best snel dicht. Het meeste leerden de mensen om haar heen van de korte verhaaltjes die ze soms opeens vertelde, zonderdat er een reden voor leek te zijn. Doorvragen op zo'n moment hielp niet, dan klapte ze netzogoed dicht.

Ze zei zelf dat ze wel wóú vertellen, en ik geloof haar ook wel. Er kwam alleen teveel tegelijk naarboven. Er zat voor haar veel emotie en veel boosheid aanvast, en dan is het moeilijk om dingen uit te leggen aan mensen die het allemaal niet begrijpen. Daar heb ik zelf gelukkig geen ervaring mee, maar er zijn mensen uit mijn helpersploeg die me dat met veel geduld uit hebben gelegd.

Toen X weer een poosje aan het werk was, en eigenlijk steeds minder een mentor nodighad omdat ze het zelf al aardig geleerd had en bepaald niet ambitieus aan het doorleren was, ontmoette Y de zus van X. Die zocht X, want ze maakte zich zorgen. Samen hebben die twee toen elkaars plaatje aangevuld. En daarna hebben ze hun koppen bij elkaar gestoken, en geprobeerd om X te helpen. Dat was uiteindelijk tevergeefs, maar ik vind het een ontroerend iets.

Wat X beetje bij beetje losliet, was een heel lelijk verhaal. Iets waar we allemaal wel een beetje van konden herkennen, maar wat we nooit zo heftig en zo totaal hadden meegemaakt als zij. We weten wel hoe het is om te moeten bestaan in een wereld die waanideeën over je heeft, maar zij was intern geplaatst in een reddingsclub, en dat is heel veel erger. Dat kan je eigenlijk niet meer vergelijken.

Toen ze was gepakt was ze in handen van de zedensmerissen. Ze wist niet goed wat ze moest verwachten, en ze werkte maar mee. Dat moet je nooit doen, maar ik wil niet hebben dat mijn lezers nu denken dat ze dáárom in de handen van de reddingsindustrie terechtkwam. Als je flink minderjarig bent, kunnen ze alles met je doen wat ze willen, als je ouders maar instemmen. En die zeggen overal "ja" op als het alternatief is dat het lijkt of ze het okee vinden dat je hoert.

Jeugdzorg, de politie en haar ouders waren het snel eens. Ze moest maar specialistische hulp krijgen, want wat ze deed was duidelijk een zaak van loverboys. Het was wel even lastig dat ze geen vriendje had, want dan konden ze niet makkelijk een zondebok aanwijzen, maar dat er een loverboy bij betrokken was nam iedereen zondermeer aan. X mocht spulletjes ophalen op haar kamer, maar er was altijd iemand bij om te zorgen dat ze niet wegliep.

Het duurde even voordat ze kon worden geplaatst, en in die tussentijd werd ze vastgehouden. Dat was om te zorgen dat ze niet weer wegliep. Eigenlijk was ze niet anders behandeld dan mensen in een jeugdgevangenis of in een gesticht. Ze voelde zich opgesloten, omdat ze als een gevangene werd behandeld, en ze keek vurig uit naar vooruitgang in haar 'behandeling' omdat ze er maar vanaf wou zijn. Daar kwam ze snel genoeg op terug. Die tijd in cellen noemt ze nu "haar laatste beetje rust ooit."

Ze had al die tijd sinds dat ze opgepakt was al het idee dat iedereen alles helemaal opgeklopt had, en uit zijn verband gerukt. Ze was een poosje gaan zwerven, ze neukte wat kerels en daar betaalde ze haar zwerftochten mee. Ze kon niet begrijpen dat je daar zo je kop over kon verliezen. Ze vond dat het allemaal maar overdreven was hoe er werd gereageerd, en vooral hoe ze werd behandeld als een slachtoffer. En een gek.

Het was dus nogal een schok toen ze de gespecialiseerde hulpverlening inging, en het daar nog veel gekker werd. Ze hadden haar voorgespiegeld dat ze nu behandeld zou worden door een soort dokters die haar zouden helpen over haar "trauma" heen te komen, en ze had erop gerekend dat die snel genoeg door zouden prikken dat er eigenlijk niets aan de hand was. Maar ja, zij kende de reddingsindustrie nog niet.

X was geschokt door hoe vanzelfsprekend de leiding door haar spulletjes ging om dingen die ze niet beviel in beslag te nemen. Hoe raar het contrast was tussen de totalitaire leiding en het interieur dat meer leek op een kleuteropvang. Hoeveel moeite er werd gedaan om óveral een probleem van te maken, hoe onbelangrijk het ook was, totdat ze maar wéér gefrustreerd toegaf.

Ze had gehoerd, en ze was dus best een weerbaar meisje. Maar tegen een bedrijf dat je hele omgeving beheerst kan niemand op. Ze hielden haar opgesloten, en haar stem gold nergens meer voor. Vanaf de eerste stap die ze daar zette was de leiding degene die àlles bepaalde. Ook wat ze van dingen vònd. Niemand van buiten luisterde nog wat ze te zeggen had, iedereen luisterde aandachtig naar de leiding. Van politie tot haar ouders. Behalve haar zus.

Haar zus wou graag alles weten over wat er gebeurde. Dat was moeilijk omdat ze X alleen zag als haar ouders er ook bij waren, en dat was dan weer een emotionele toestand waarbij de ouders vooral bezigwaren om te klagen over hoe moeilijk die het hadden, maar de zus geloofde X tenminste als ze vertelde dat ze in een knotsgekke wereld was beland, en daar had X heel veel steun aan.

Die zus werd danook snel weggehouden, want de leiding zag het niet zitten dat X daar nog contact mee had. Dat werd X niet verteld, dus die had het gevoel dat haar zus haar niet meer wou zien. De ouders hielden de zus dus gewoon thuis, want die gingen helemaal mee met wat de leiding zei. Dat klinkt als iets kleins en onbelangrijks, maar voor X en voor haar zus was dit iets waar ze nu nog steeds emotioneel van kunnen worden.

Ik heb wel vaker de reddingsclubs sektes genoemd, en dat kwam deze keer ook weer heel duidelijk naar voren. Het is een omgeving waar alles wat je doet en meemaakt is bedoeld om je te dwingen je aan te passen aan de normen en waarden van de leiding. Van praatsessies waar je wordt ingepeperd dat je een misleid slachtoffer bent, tot handvaardigheidsuurtjes waarna de leiding blijft zeiken tot je "toegeeft" dat je kunstwerkje "betekent" wat ze willen dat het betekent.

Ze is niet geslagen, ze is niet gedrogeerd, ze is niet verkracht, niet aangerand, ze is niet uit haar slaap gehouden, ze hebben niet eens tegen haar geschreeuwd. En toch is ze afschuwelijk behandeld. Ze is afgemat, murw gemaakt, en er is ondenkbare sociale druk op haar gezet. En niet af en toe, niet voor een paar daagjes, maar zo lang als ze daar zat. Maanden en maandenlang.

Iets wat heel veel indruk heeft gemaakt is wat Bouche "pathologisering" noemt. Je aanpraten dat je gedrag komt van een ziekte. Dat vrijheid willen, op je gemak zijn met je seksualiteit, en zelf bepalen hoe je met je lijf omgaat zíékelijk zijn. Dat wat je hebt ontdekt, en waar je mee kon lezen en schrijven, schadelijke en zieke dingen zijn die je niet herkent als schadelijk en ziek, omdat je ziek in je geest bent, en onmachtig om het te kunnen herkennen.

Je kan pas verder met je leven als ze je genezen vinden. En je bent pas genezen als je je trauma hebt verwerkt. En zolang je dat trauma niet vertoont, ben je dwars, en ben je tegen aan het werken. Dus ze blijven op je inwerken dat je een trauma hebt. Ze vertellen je telkens weer welk trauma je hebt, en hoe dat werkt, en hoe je je voelt. En tot je dat perfect napraat, blijft dat herhaald worden. Als je laat zien dat het niet klopt, maakt dat de leiding niet uit. Die beginnen gewoon opnieuw.

Als je mensen lang genoeg opgesloten houdt, lang genoeg geen moment voor zichzelf geeft om hun gedachten te ontdekken, en lang genoeg op ze in blijft drukken, dan krijg je iedereen aan het twijfelen. Dat heet hersenspoelen. Dat is iets wat werkt voor iedereen, zelfs mondige volwassenen, en hier had je een hele heftige toepassing daarvan, op een puber. Ze heeft het lang geprobeerd vol te houden, want de waarheid is sterk. Helaas is niets tegen zo veel psychisch geweld opgewassen, ook de waarheid niet.

Het was beangstigend voor haar om te ontdekken hoe ver voorbij wat redelijk is die volwassenen om haar heen konden gaan. En het wordt nog enger als je begint te zien dat mensen die zichzelf dingen aan kunnen praten zoals ze jou vertellen, zichzelf ook lukraak andere dingen aan kunnen praten, en je dus niet kan vertrouwen dat ze niet helemáál gek worden. En daar ben je dan met alles aan overgeleverd. Want je kan niet weg.

De eerste dagen was ze vooral verrast door waar ze in terechtgekomen was, en wist ze niet wat ze moest doen. Ze had nog de illusie dat ze weg kon komen, als ze de mensen die over haar beslisten maar redelijk kon laten zijn. Dat ging na een kort poosje over, want je kan niet verbaasd en verrast blijven met iets waar je elke dag de hele dag mee geconfronteerd wordt. Je kan het in het begin niet geloven, maar dingen waar je niet omheenkan overtuigen je wel.

Ze raapte zich daarna bijelkaar, en ging dwarsliggen. Dit ging zomaar niet! Het is logisch om je te verzetten tegen een nepwereld die om je heen wordt gezet om je in een keurslijf te dwingen, en dat deed ze dus ook. Ze zorgde dat alles wat ze met haar wouden doen zoveel mogelijk moeite kostte. Ze werd boos en vijandig. Maar dat werd alleenmaar gebruikt om haar ouders en de overheid te laten zien dat ze een geknakt meisje was dat de opsluiting nodighad.

Bovendien merkte ze dat de leiding haar verzet, in haar eigen woorden, "lekker vond." Ze dweepten met hun rol van de geduldige opvoeder tegenover het opstandige afgedwaalde meisje. X beschreef een masochistisch plezier dat ze bij de leiding zag als ze die weer te kakken zette door hun autoriteit te saboteren of hun normenpreekjes belachelijk te maken. Er zat een dweperige slachtofferrol in, niet alleen in het hele bedrijf, maar ook bij de leiding zelf.

Het hielp alleen niets. En nadat ze zich tegen alles verzet had wat ze kon bedenken, was er niets veranderd. De dagelijkse sleur ging nogsteeds hetzelfde door, en ze kon zich wel met veel moeite recht houden tegen de ene vernedering, maar de volgende dag stond dezelfde vernedering alweer klaar, en zij werd steeds erger moe. Het besef dat er geen confrontatie inzat die echt wat veranderde, maakte haar nog claustrofobischer.

Ze heeft danook ontsnappingspogingen gedaan. Maar die gesloten instellingen zijn gewoon gevangenissen. Daar kom je niet zomaar uit. De meiden waarvan je hoort dat ze weggelopen zijn uit een gesloten instelling zijn danook meestal meiden die na een verlof niet meer terug willen, niet meiden die in een zwart ninjapak over de muren zijn geklommen. Ze heeft echte goeie pogingen gedaan, maar die leidden alleen tot nieuwe redenen in haar dossier om haar vast te mogen houden.

Het ging niet meer in haar eentje, en ze heeft dus ook geprobeerd om hulp te krijgen. Dat was moeilijk, want ze mocht met niemand anders dan haar ouders contact hebben. Als ze wou telefoneren, mocht dat alleen als ze goedkeuring had van de leiding, en die stonden ernaast met hun vinger op de haak van de telefoon. Als ze iets leek te gaan zeggen wat ze niet beviel, dan was het telefoongesprek over.

Ze had brieven geschreven aan vrienden, onder andere Y, maar die waren allemaal nooit verstuurd. Die had de leiding weggewerkt. Ze had de leiding vol haat horen praten over een advocaat van een meisje, die heel vervelend was geweest. Ze probeerde om een brief bij die advocaat te krijgen, onder andere door haar brief in de envelop te doen bij het meisje wiens advocaat hij was. Dat helpt niet als de enveloppen open worden gemaakt.

Op het laatst heeft ze zelfs briefjes van het terrein af gegooid, waar ze voorbijgangers in vroeg om informatie door te geven aan bepaalde mensen, als een soort flessenpost. Ze had telkens plannen om onbewaakte telefoons te gebruiken, als ze maar éventjes de kans had. Ze heeft mensen briefjes toegestopt, en bij uitjes briefjes op de balie van sportgelegenheden achtergelaten, maar daar is natuurlijk ook niets van gekomen.

Natuurlijk heeft ze ook gezocht naar regels. Ze wist dat er regels moesten zijn die ervoor zorgen dat ze mensen niet zomaar vast kunnen blijven houden. Die regels waren voor haar niet zomaar op te zoeken, want je mag natuurlijk niet zomaar op Internet, en ze mocht natuurlijk geen telefoon. Dat leidde uiteindelijk nergens naar. Zelfs als ze het had gevonden, had het niet uitgemaakt. Want om te bepalen of aan de regels is voldaan, vragen de autoriteiten alleen naar de mening van de leiding.

Ookal was ze nooit een meid die op school erg op haar plekje was, en had ze bestwel gespijbeld, ze was toch bezorgd over haar school. Ze kreeg zogenaamd les in de instelling, maar dat stelde niets voor. Het was volgens haar wat taakjes doen op de computer, zonderdat ze werd gepusht of gecorrigeerd. Sowieso leken ze als carrière voor haar vooral gericht om haar een onzinbaantje in de catering te geven, als opvolger van een "stage" daar. Ze zag haar toekomst verdwijnen doordat ze daar vastzat.

Ze heeft een tijdje haar best gedaan om te laten zien dat ze helemaal in orde was, en helemaal geen "bescherming" nodighad. Ze liet zien dat ze zelfstandig en stabiel was, en dat ze geen zieke, gekwetste, geknakte mislukkeling was die moest worden heropgevoed. Het was toen verrassend voor haar dat dat de leiding veel meer irriteerde dan àlles wat ze daarvoor gedaan had. Maar het hielp haar niets.

Daarna was er een poos onduidelijk wat ze nou precies had gedaan, en niemand kan me die tijd invullen. Maar de stap die dáárop weer volgde was dat ze ging proberen om de leiding tevreden te maken. Ze ging met alles meewerken, en proberen om ze overal hun zin in te geven. De leiding vond dat ze vooruitgang maakte, maar ondanks weken en maanden ze overal hun zin mee geven, kwam het eind nog steeds niet in zicht.

Ze werd wanhopig. Het was duidelijk dat ze niets kon doen om los te komen, niets kon doen om vrij te komen, en niets kon doen om de sociale druk weg te halen die op haar werd gezet. Ze was helemaal door haar energie heen, ze kon niet meer, en toch bleef die druk maar bestaan. Ze kreeg een soort instorting. Daar weet ik weer het fijne niet van, want ze kan er niet over uitleggen, maar daarna veranderde ze, zoals ze dat zelf zegt, in een zombie.

Wat X volgens haarzelf uiteindelijk gebroken had, was dat ze niets kon veranderen. Ze kon vechten, ze kon kleine dingen blokkeren of kapotmaken, maar uiteindelijk keerde alles weer terug naar hoe het normaal ging. Niets wat ze deed veranderde iets. En het drukte haar langzaam plat. Ze was alleen nog maar aan het overleven, door de dagen heenkomen, door de sociale druk heenkomen, zich telkens weer laten vertellen wat ze moest vinden en voelen, en zich daarvoor tegenover de leiding vernederen.

X speelde met het idee zichzelf te doden. Er waren dagen dat ze vooral overal manieren bij bedacht hoe ze zichzelf van het leven kon beroven. Het werd belangrijker voor haar om uit de instelling te zijn, dan om nog te leven. Natuurlijk is dat iets waar een tiener een veel lagere drempel voor heeft dan een volwassene, maar het is nog steeds schokkend. Ze deed het uiteindelijk vooral niet, zegt ze, omdat ze de leiding de voldoening niet wou geven.

Ze had geen moment voor haar eigen gedachtes. Er was altijd het volgende wat weer moest, en de volgende behandeling waar ze doorheen moest. De leiding ging na hun dienst naar huis, maar zij werd alsof het in een estafette was afgemat. Het hele idee dat ze zelf een karakter en een leven opbouwde was iets wat steeds meer alien leek, en alleen afwachtend zijn leek nog logisch. Ze had van de andere meisjes leren roken, en ze leefde eigenlijk van sigaret tot sigaret.

Je waardeert niet dat er normaliteit en rust is in je leven, tot je het moet missen. Je weet niet hoe belangrijk het is om zelf dingen over je leven te beslissen, al zijn het nog zulke onbenullige dingen, tot het onmogelijk wordt gemaakt. Met al dat vechten en overleven raakte ze uitgeput, en er was maar geen momentje van rust en normaalzijn om eventjes op adem te komen. De sociale druk ging altijd maar door.

Volgens haar zus had ze er nog wel uit kunnen komen, en op kunnen veren, als het allemaal niet zo lang geweest was. Ze zat daar zo lang dat ze gewoon niet vast kon blijven houden aan zichzelf. In je laatste tienerjaren word je onafhankelijk, en vorm je je eigen wil heel erg, maar zij werd in een omgeving opgesloten waar groei en je vleugels uitslaan onmogelijk waren, en waar de leiding haar inbond tot ze kromgroeide.

De andere meisjes kwamen er in het verhaal van X nietzo goed vanaf. De meeste probeerden ook maar te overleven, en daar had ze nietzoveel contact mee. Als je contact had met een meid die niet lekker paste, werd je meegenomen in de problemen die zij kreeg, èn ze zetten druk op haar om haar "moeilijke" vriendin zelf ook zo onder druk te zetten. Opkomen voor je vriendin maakte het voor jou èn voor haar erger. Dus er was flink afstand.

Maar er waren ook andere meiden. Meiden die daar als een vis in het water waren. Die zwelgden in de slachtofferrol waar ze in werden gedrukt. Dat waren meiden die meefantaseerden met de leiding, die elke oefening aangrepen voor een nieuw drama, en die een hecht groepje vormden dat het enige sociale contact met andere meiden was, dat de leiding niet gebruikte of saboteerde. Daar was de enige groep leeftijdgenoten waar je "gewoon" mee om kon gaan.

Ze heeft daarom met die meiden opgeschoten. Ze heeft zich zelfs aan ze aangepast. Dat doe je op die leeftijd met de andere meiden om je heen. Daar is ze zelfs vriendinnen mee geweest. Die waren haar voorbeeld, en haar enige sociale gelijke mensen. En haar enige sekspartners. Dat ging eigenlijk vanzelf, want je had weinig anders te doen, en die meiden haalden seksueel genot uit de rol die ze moesten spelen.

Het is iets wat haar nu dwarszit. Ik zal hier niet verder op ingaan, want ik vind al dat ik behoorlijk ver ga met dit vertellen. Ik vind het belangrijk dat dit stuk van haar verhaal in ieder geval genoemd is, ookal ga ik danmaar niet in op de details voorzover ik die heb. Ze heeft me danwel verteld dat ik het mocht gebruiken, maar dat ging met zo'n houding dat het toch niet uitmaakte, en dan heb ik er altijd toch twijfels bij of ik daar haar niet toch pijn mee doe als ze in een andere bui is. Bovendien heb ik er wat tegen als er op haar verhaal gegeild wordt.

EDIT: Inmiddels heb ik contact gehad met X. Ze vindt het maar niets dat ik dit stuk van het verhaal niet vertel. En het is haar verhaal, dus dan heeft zij het voor het zeggen. Ik schrijf dit erbij omdat zij dat wil, want ik weet dat mensen een stuk waar seks expliciet in wordt beschreven veel minder serieus nemen, en er alleen nog met hun kut of pik over denken.

Ze was een gezonde jonge vrouw, dus ze had behoefte aan seks. Netzoals alle meiden die daar gevangen zaten. En de hele dag lang kreeg ze verkrampte lessen over hoe ze seksueel hoorde te "zijn." Ze was gewend mannen te hebben, ze had een behoefte aan mannen, maar mannen mocht ze niet hebben. De andere meiden, en vooral de meiden die goed pasten in de instelling, hadden hun seksualiteit allang op elkaar gericht. Met alle verveling, en met alle frustratie van daar zijn, is het niet raar dat je je dan laat meenemen in die seksuele aktiviteit.

Ze ging dus wat rommelen met de meiden, en zodra ze dat met een meid had gedaan die ze niet zo'n probleem vond, werd ze zo'n beetje besprongen door het kliekje. Die zeken aan haar kop, lieten zich geen nee verkopen, en gingen mokken en slachtofferig doen als ze niet mee wou werken. Het werd al snel duidelijk dat de beste manier om van ze af te komen was, om ze hun zin te geven.

Bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ze vindt het nu heel erg van zichzelf, maar wat ze deed wond haar ook op. Ik vind dat ze zich dat niet aan moet trekken, want als iets je enige seksuele uitlaatklep is, dan gaat je seksualiteit er wel naar staan. Daar kan zij ook niets aan doen. Als je geen andere vormen van seks hebt, kan je wel proberen om alles weg te masturberen, maar dat is gewoon niet genoeg als je seksueel wat meer ontwikkeld bent.

Die meiden waren niet uit op een beetje zoenen en wrijven. Die wouden ruwe dingen, die wouden zich laten gebruiken, die wouden dat ze hardhandig werden aangerand. Die wouden dat X "de jongen" was, en de rol van een gemene kerel op zich nam. Voor haar vrouwelijkheid was geen plaats, want dat bracht haar partners aan het zuchten en zeuren. Er was een soort hiërarchie waarbij degene met de minste status in de instelling de man moest spelen.

Het liefst hadden ze loverboy-scenario's. Gewoon de rare verhalen die in die instelling de hele dag werden verteld. Er zaten thema's in van pijn, vernedering, verkrachting en onderwerping, rare kronkels over een soort fetisjisme met zwangerschap, en veel nadruk op pijn en anaal. Maar veel van die meiden waren seksueel helemaal niet ervaren, en hadden ook eigenlijk helemaal niet gehoerd, en konden niet omgaan met hun fantasieën.

Vanuit de leiding was er een vreemde houding naar die seksuele toestanden tussen de meisjes. Seksualiteit naar mannen toe was iets waarop ze reageerden met een soort paniekerige afkeer, wat maar als misbruik en perversie werd behandeld, maar meiden die onderling seks hadden was prima, zolang het maar een beetje stiekem gebeurde. Het werd niet echt aangemoedigd, maar zo voelde het rare gedrag van de leiding wel. Met andere meiden bevredigen wat het verhaal van de leiding was, daar reageerde de leiding op alsof ze het liefst mee wouden doen.

Als je dweepte met slachtofferschap, werd dat vanaf de leiding gestimuleerd. Dat zorgde er ook voor dat je dan sociaal sterker stond tegenover de meiden die dat niet deden. Vooral als je bruikbaar was voor een persberichtje of een verhaaltje wat voor inkomen bedelen kon worden gebruikt, was je helemaal de filmster. Je werd dan wel geciteerd met dingen die je eigenlijk nooit had gezegd, maar je was even beroemd gemaakt.

Tegenwoordig haat ze die andere meiden misschien nog wel meer dan de leiding. De leiding deed het voor de macht en het geld. De meiden deden het alleen omdat ze het lekker vonden. Dat neemt ze persoonlijker op. Ze walgt ervan dat ze vriendinnen met ze was. Ze walgt van de bochten waar ze zich toen in wrong om maar te passen. Achteraf wou ze dat ze altijd opstandig was gebleven, maar ze weet ookwel dat dat gewoon niet vol te houden was.

Ze kwam opeens vrij. Het was wel aangekondigd dat ze zou worden vrijgelaten, maar dat was een paar keren al eerder gebeurd, en die beloftes waren steeds gebroken. Ze dacht deze keer dat ze ook wel weer een reden hadden gevonden om haar nog langer opgesloten te houden. Toen ze vrijkwam was dat een verrassing. Haar ouders haalden haar in huis, en waren nogal onwennig met haar. Haar zus opnieuw zien was emotioneler.

X reageerde anders op de bevrijding dan zij en haar zus verwacht hadden. Ze hadden verwacht dat ze een gat in de lucht zou springen, en eindelijk haar vleugels uit zou slaan. Ze verbaasde zichzelf doordat ze dezelfde stress bleef voelen als tijdens haar opsluiting. Ze kon nog steeds niet vertrouwen wat er gebeurde, en stond nog steeds schrap voor de volgende vernedering.

Er was heel duidelijk verteld dat ze verplicht nog op consult moest blijven komen, omdat ze anders weer intern zou worden geplaatst. En dat dat heel belangrijk was, omdat ze anders zou veranderen in een misbruikt hoopje ellende wat nooit meer goed kon komen, en haar leven lang door vieze mannen zou worden misbruikt. Als ze zou proberen om niet te komen, grepen ze haar weer, of ze nou geloofde of niet in de horrorverhalen die ze vertelden. Dat was duidelijk.

Daarom bleef ze een poos komen voor consults. De minuten af zitten tellen voor ze weer wegkon. Steeds maar weer in die omgeving die steeds meer op een nachtmerrie leek. Elke keer dat ze weer voor consult kwam, wist ze dat ze niet in de gesloten afdeling zou zijn, en dat ze weer wegkon, maar toch voelde ze telkens in haar keel de stress van het idee dat ze misschien haar niet zouden laten gaan.

Pas na een hele lange tijd, toen ze al een tijd meerderjarig was, heeft ze een juridisch adviseur gesproken, over wat die instelling of haar ouders nog konden doen om haar op te sluiten. Daar was nog steeds volgens hem een klein risico op, maar ze konden het nietmeer zo makkelijk doen als eerst, en nu had ze recht op rechtsbijstand, en was het goedkeuren van haar ouders niet meer genoeg. Na dat gesprek is ze nooit meer op consult òf bij haar ouders geweest.

Ze hebben niet meer geprobeerd haar in hun macht te krijgen. Ze heeft het helemaal achter zich gelaten. Maar ook weer niet. Want ze dacht eerst dat ze bevrijd zou zijn als ze de deur van haar gevangenis uit zou lopen. Daarna dacht ze dat de bevrijding zou komen als ze niet meer op consult zou komen. Of als ze haar ouders die haar verraden hadden kon afkappen. Maar die bevrijding kwam maar niet.

Het gevoel dat dingen er niet meer toe doen, raakt ze maar niet kwijt. Het gevoel dat ze vastzit in dat zombie-zijn dat ze had in de instelling blijft maar doorpruttelen. Alles lijkt onbelangrijk, alles lijkt vast te zitten, niets is spannend, en niets is iets waar ze op kan concentreren. Het voelt toch niet alsof het ertoe doet. Maar vooral voelt ze zich nooit meer veilig of normaal, precies wat ze ook tekortkwam terwijl ze werd gepusht in de instelling.

Ze slaapt slecht. Dat maakt haar de hele tijd moe. Ze slaapt alleen lekker als ze is op een plek waarvan ze voelt dat niemand weet dat ze daar is, en ze heeft de neiging om deuren op slot te doen en er dingen voor te zetten. Ze voelt zich schuldig en heeft spijt van heel veel dingen die ze deed om toch nog een beetje normaliteit te zoeken in die instelling. En haar geruststellen werkt hélemaal averechts.

Als haar zus probeert om haar te vertellen dat ze geen andere keus had, en dat ze nu vrij is, en zichzelf weer kan zijn, of dat ze kan ontspannen omdat ze nu een veilige plek heeft gevonden, of zelfs maar dat ze begrijpt dat het moeilijk is, dan voelt X zich opgejaagd en geïrriteerder dan daarvoor. Ze denkt er niets verkeerds bij, en ze wil het ook waarderen, maar er is iets in haar dat daar niet tegenkan.

Haar zus heeft geprobeerd om te ontdekken wat haar zo vast laat zitten. Ze zijn zelfs samen naar een psycholoog gegaan, ookal vertrouwt X psychologen helemáál niet meer. Daar zei ze alleen nog minder dan als ze alleen is met haar zus. Het is eigenlijk juist als niemand haar probeert te helpen, of juist als ze bot tegen haar zijn, dat ze wat zegt. En dan komt eigenlijk toch alleen de uitleg: "Ik heb er te lang ingezeten, en nu kom ik er niet meer uit."

Nog steeds houdt ze niet van overheidsgebouwen. Nog steeds schrikt ze zich rot als ze een politieauto ziet langsrijden. Dan moet ze zelfs even een glaasje water. Nog steeds krijgt ze een soort kick als ze een telefooncel ziet, en moet ze even de hoorn pakken. Nog steeds moet ze af en toe "gewoon even rennen tot ik nergens meer ben." En nog steeds heeft ze maar het gevoel dat wat ze ook doet, ze toch wel weer op dezelfde plek terecht zal komen.

Ze heeft soms eventjes dat ze zich weer zichzelf voelt. Ze zegt dat het geruststellend is om even te voelen dat al die oude dingen van je eigen karakter "toch nog ergens zijn." Dat is dan wel tijdens momenten dat ze opgejaagd wordt om uit te spatten. Soms met klanten, soms als ze ruzie met iemand heeft, soms als ze het gevoel kan hebben ergens aan "ontsnapt" te zijn. En dan weet ik al welke kant het opgaat.

Dat ze op zoek gaat naar een pooier zit er dus dik in. Iemand om haar uit haarzelf te trekken, iemand om haar te dwingen om dingen te geven, iemand waar ze zo intensief mee bezig is dat ze hem wel móét leren vertrouwen, iemand die haar van heftige ervaring naar heftige ervaring sleept, iemand die door de afwezigheid en het zombie-zijn heenbreekt, en iemand die niet machteloos tegenover haar is als ze instort en gek wordt. De dingen die ik nu al zovaak van foute pooiermeiden heb gehoord.

Een pooier is alleen een lapmiddel. Er zijn meiden die gewoon een pooier fijn vinden, maar als je hem neemt omdat je het doet voor iets wat je dwarszit, zoals deze vrouw, dan is het een lapmiddel. Ze zal moeten leren om haar eigen pooier te zijn, en om van zich af te kunnen leggen wat ze haar hebben aangedaan. Dat is heel moeilijk, dat begrijp ik, maar als ze de pooier vindt die ze zoekt, zal die haar alleen geven wat ze nodigheeft, en nooit die verandering in haar maken die ze zoekt.

Hoe ze verder zal gaan weet ik niet. Ik weet dat iedereen zich zorgen over haar maakt. Haar zus moet maar hopen dat ze weer contact opneemt, Y weet ook niet of X nog wel met haar blijft praten als ze eenmaal die pooier heeft, haar ouders zijn in alle staten omdat hun dochter ze nooit meer wil spreken, en ookal ken ik haar niet, ik maak me ook zorgen of ze wel terechtkomt.

Maar het is haar leven. Daar ging het nou juist mis. We kunnen dus haar niet gaan proberen te pushen en te sturen, want daar is al genoeg mee kapotgemaakt. Daar krijgen we niets mee gedaan. Er zijn wel mensen die met hele ingewikkelde ideeën komen over hoe je dat aan moet pakken, maar heeft zo iemand die de grootste problemen van haar leven heeft gekregen door mensen die het allemaal beter wisten daar niet gewoon schijt aan?

Ik moet haar laten gaan. Als ze nogeens aanklopt wil ik graag helpen, maar ik ben voor haar maar de zoveelste buitenstaander. Het enige wat ik kan doen is laten zien wat zo'n opsluiting en behandeling met je doet. Mensen die proberen om je nieuwe normen op te leggen met hersenspoelerij breken je af om wat wenselijks van je te kunnen maken. Maar dat wordt dan boetseren met dood vlees. Achteraf moet je maar zien wat je nog terugkrijgt.

Dit is nietzo geil als een ellendepornoverhaal. Maar ik vind het wel veel enger. En wat ik vooral vind, er mag weleens onderzoek komen naar wat die opgesloten meiden nou wordt aangedaan. De publieke opinie is dat die instellingen een opvangnet zijn dat broodnodig is voor die meiden, terwijl die meiden allemaal beter af zouden zijn als die instellingen niet bestonden, laat staan als er instellingen zouden zijn waar ze niet gehersenspoeld werden. Laten we van haar leren.

maandag 16 mei 2016

Antwoord op: Romantisch

Als je de hoererij niet in een negatief licht zet, of zegt dat het best een leuke baan is, of dat het niet klopt dat het allemaal vieze ellende is in de business, krijg je heel snel opmerkingen over dat je er te romantisch over denkt. Als je uitlegt dat er plezier aan betaalde seks zit, en je klanten er veel voldoening uithalen, of dat je het zelf een leuk, spannend of bevredigend beroep vindt, zeggen de mensen dat je het romantisch maakt.

Het wordt meestal spottend gezegd, alsof je bezig bent met wensdenken. Alsof je de harde realiteit die iedereen weet niet onder ogen wil zien, en er dus maar een verhaaltje bijdenkt dat je op je gemak stelt over wat je toch al wil geloven. Gek genoeg door mensen die dat zelf doen, maar dan aan de andere kant van het debat. Of misschien is dat wel nietzo gek.

Deze wordt flink tegen mij gebruikt, maar ik heb ookwel gezien dat mensen die mijn blogje aanhalen om te laten zien dat er meer aan prostitutie vastzit dan de verbiedertjesfabels heel vaak dit als antwoord krijgen. Er zijn vooral veel mensen die ervan worden beschuldigd die niet zelf in het vak zitten, want die zijn er makkelijker van te overtuigen dat ze zichzelf misleiden.

Verbiedertjes, en vooral de anti-seks verbiedertjes, gebruiken deze véél. Soms ook zonderdat ze hem als antwoord op een bepaald iets gebruiken, dan is het gewoon dat we van het romantische beeld van prostitutie afmoeten. Want ze doen graag alsof de publieke opinie volgezogen is met alle positieve verhalen in de media, ookal is dat andersom als je even gaat zoeken.

Het is een hele makkelijke. Als ze deze gebruiken willen ze gewoon doen alsof de zogenaamd romantische persoon helemaal niet op de werkelijkheid let omdat die zit te dromen, dus dat we die maar vooral niet serieus moeten nemen. En meestal wordt het gebruikt als dooddoener, om vooral maar niet op een argument in te hoeven gaan. Dat wil al wel wat zeggen.

En bovendien is het niet eens waar.

De verbiedertjes doen graag alsof hoeren romantisch praten over ons werk. Alsof we het zwijmelend ophemelen. Ondanks dat we het elk uur van ons werk recht in de ogen moeten kijken, omdat we het moeten dóén, als wèrk, en we ons dus geen denkbeelden kunnen veroorloven die het werk minder effectief maken. En van een romantisch beeld van je werk ga je niet beter werken, dat zal iedereen wel gezien hebben die een beetje carrière heeft gemaakt.

Het beeld dat ze "niet romantisch" noemen is helemaal gebouwd op emotie en indrukken. Als je gaat graven naar alle dingen die in hun denkbeeld voorkomen kom je erachter dat het allemaal op gebakken lucht rust, en vaak gewoon kan worden bewezen dat het andersòm is. Maar het beeld wat ze scheppen moet je aanspreken op een emotioneel level, want dat emotionele level stelt geen lastige vragen. Je moet het beeld kunnen vóélen.

De gestaalde, meedogenloze misdadiger die het jonge, angstige, onschuldige meisje in zijn web heeft gelokt met mooie beloftes, waar zij door haar onschuld en naïviteit geen weerstand aan kon bieden, duwt haar nu met een meedogenloze grijns naar binnen bij een onverschillige, vuige klant die haar bruut, afstandelijk en pervers gaat verkrachten. Had ze maar naar de waarschuwingen geluisterd, nu plukt ze de wrange vruchten van haar onvoorzichtigheid. Maar we vergeven haar, en vangen haar liefdevol op, zelfs als ze zelfs niet durft te zeggen dat het zo zit, en door haar angst blijft acteren dat ze zelfbeschikking heeft!

Niet gek genoeg? Er zijn genoeg elementen die ze er graag bijdoen, van brandmerken in de vorm van tattoo's, die ervoor moeten zorgen dat ze niet weg kan. Dat ze worden verbrand met strijkijzers, dat er honkbalknuppels op hun hoofden worden gebroken, tot messen die door hun borsten worden gestoken, en allemaal zònder sporen achter te laten. Door een ijsbadje.
En natuurlijk de gekste, dat die tienduizenden meiden waar het over gaat het nooit zat worden en er een punt achter zetten.

Gelukkig zijn de redders er! Vooraan staan de mensen die awareness over de verschrikkelijke situatie verspreiden, want zoals het licht ongedierte verjaagt, zo verdrijft awareness de pooiers en zorgt dat de meisjes eindelijk bevrijd kunnen worden. De èchte helden zijn de mensen die durven te zeggen dat massaverkrachting, bizarre martelingen, afpersing en chantage dingen zijn waar zij tégenzijn!

Aan de andere kant heb je de hoeren. Die vooral bezig zijn om hun eigen leventje te leiden, en een beetje buiten de schijnwerpers te blijven. Er zijn er maar een handjevol van ons die naar buiten komen met onze verhalen. Wat dat voor verhalen zijn verschilt per column, blog of boek, want we zijn nèt mensen. Er zit verschil tussen ons, en hoe we ons leven leiden.

We beschrijven hoe we in vreemde situaties komen omdat we intiem zijn met onbekende mensen. We beschrijven hoeveel achtergrondwerk erin gaat zitten. We beschrijven de problemen die ons door de maatschappij, en vooral de overheid, in de weg worden gelegd. We beschrijven hoe we doorwillen, wat we voor momenten beleven, wat het het waard maakt, en wat niet. We beschrijven onszelf als mensen, steevast.

Om mezelf als voorbeeld te nemen, ik schrijf over het opruimen van ouwe condooms die achter het bed zijn gevallen. Ik schrijf over SOA's, over irritante soorten klanten, over klanten die beheerd moeten worden, over ongelukjes met cockrings, over fouten uit mijn verleden, en natuurlijk het ene na het andere stukje over hoe we door de overheid en de maatschappij worden uitgekotst. Is dat romantisch?

Dus wie maakt er nou iets romantisch van? En wie is daarbij de realiteit helemaal kwijtgeraakt om maar te blijven bij wat ze zelf comfortabel vinden om te geloven? De romantiek van het slavenmeisje is makkelijk te volgen, maar waar zit de romantiek in het behandelen als wèrk? Er is geen hoer die het te romantisch voorstelt. Er is geen betere manier om ergens de romantiek vanaf te wrijven dan het dagelijks voor je brood te doen.

maandag 9 mei 2016

Bierstukjes en koffiestukjes

Elke week een stukje is bestwel iets wat afentoe een beetje druk zet op je. Soms komt het allemaal zo makkelijk uit mijn pen, en tik ik het zo vlot in mijn laptopje, dat ik me na afloop voel alsof ik zó weer een stukje erachteraan zou kunnen schrijven. Die energie gebruik ik dan om een lastig stukje wat al even in mijn map zit weereens op te halen, en er wat aan te verbeteren.

Ik hou een hele lange lijst bij met ideetjes over wat ik wil gaan schrijven. Dat gaat soms om stukjes waarvan ik vind dat er wat over geschreven moet worden, maar ook over leuke plannetjes voor een simpel stukje, of gewoon iets waar ik enthousiast van word om het uit te leggen aan mijn lezers. Veel van die stukjes komen in één keer in klad, en daarna is het alleen even laten nakijken of ik er geen domme dingen in zeg.

Afentoe heb ik weleens writer's block. Dat betekent dat ik wel wat wil schrijven, maar als ik zit met mijn schrijfblok op schoot, dan komt er helemaal niets uit. Ik heb wel manieren om met een beetje writer's block om te gaan, maar dat gaat soms wel en soms niet. Ik kan truukjes gebruiken om toch aan de gang te blijven, en dan wordt het tenminste geen obsessief probleem. Maar ook als ik me er overheen kan zetten, is het nog steeds geen fijn iets.

Het vervelende van writer's block is dat het ermee begint dat je een beetje tegen het schrijven opkijkt, en dat het daarna nog véél lastiger wordt om met schrijven te beginnen, omdat met writer's block gaan proberen te schrijven alleenmaar veel onmotiverender is. Het versterkt zichzelf, en voor je het weet word ik er zelfs een beetje paniekerig van. Ik vind het maar naar.

Ik zorg er liever voor dat die writer's block niet kòmt. Ik kom in de writer's block als ik een stukje móét schrijven, maar mijn hart niet staat te springen om het te doen, òf als ik wel wìl schrijven, maar niet het stukje wat ik zou moeten schrijven. Dan kijk ik er ook tegenop, en als ik het ga doen met lange tanden, dan is er veel kans dat ik geblokkeerd raak.

Soms ontkom je er dus niet aan, maar meestal heb ik genoeg te kiezen. Het makkelijkste is als ik gewoon moeilijk schrijf omdat ik geen zin heb om te schrijven. Dan gooi ik het stukje wat niet wil lukken in de map, en pak ik mijn lijstje met ideetjes erbij, en voor je het weet heb ik wel wat leuks gevonden. Dan ben ik snel genoeg weer met de eerste regel begonnen, en dan komt de rest er ook zo uit.

Maar als ik altijd zo zou werken, zou ik alleen de lichte stukjes schrijven, en ookal zijn die het populairst, ik zou het toch heel erg missen als ik de moeilijke en zware stukken, waar ik veel tijd aan kwijtben en die ik goed moet organiseren, niet zou schrijven. Het gaat alleen veel moeilijker, en ik moet eerst blad na blad volschrijven met aantekeningen voordat ik kan gaan schrijven aan het stukje zelf.

Tijdens het maken van aantekeningen, en het uitzoeken van alle informatie die ik voor het stukje nodigheb, ben ik grimmig aan het werk, en probeer ik alles gedaan te hebben voordat ik begin met het schrijven zelf, want alles wat ik tegenkom tijdens het schrijven wat nog moet, dat haalt me uit mijn schrijfgevoel, en zorgt dat ik dan er weer helemaal in moet komen, of zelfs opnieuw moet beginnen. Ik bereid me dus grondig voor op zulke stukjes.

Dat doe ik met mijn laptop voor de informatie, mijn kladblok voor mijn aantekeningen, en mijn Nespresso ernaast. Ik drink heel veel koffie tijdens het uitzoekwerk, want ik moet scherp en snel blijven, maar als ik dan ga schrijven aan het eind ben ik wel heel hard, kortaf en zakelijk. Dan schrijf ik makkelijker uit boosheid, en ben ik veel oordelender dan ik normaal ben.

Stukjes waarbij ik zo geschreven heb, maken meestal daarom ook extra rondjes langs mijn nakijkploeg. Ik stuur het naar ze op, en zij zetten hun commentaar erbij. Dan lees ik het zelf, en denk ik ook wel: "Oei, wat ben ik kortaf geweest," en begin ik het te herschrijven. Daarna is het zo anders geworden dat het eigenlijk nog een keer nagekeken moet worden, dus dat doen we dan ook maar.

Andersom heb ik soms een rustige avond, en heb ik een paar pilsjes gedronken als ik opeens zin krijg om te schrijven. Dan sla ik meestal het kladblok over, en begin ik meteen te typen. Dat is dan een stukje wat me op dat ogenblik heel erg aanspreekt, en ik heb de hele tijd tijdens het schrijven een kick, want ik voel me alsof ik de hele tijd op de lijn van mijn verhaal zit.

Dat moet ik misschien maar even uitleggen. Als ik schrijf wil ik mijn lezers iets vertellen, en ze meenemen naar iets wat ik ze wil laten zien. Ik schrijf elk woord om ze iets aan te wijzen, en ze mee te nemen op een gedachtenspoor in mijn hoofd. Normaal vind ik het heel moeilijk om dat te doen, want ik merk snel dat ik niet op die bliksem van begrip blijf, maar afgeleid raak door iets wat uitgelegd moet worden, en dat dat mijn verhaal onderbreekt.

Als ik bier opheb bij het schrijven, heb ik dat gevoel helemaal niet, en gaat het in één keer goed. Dan voel ik me niet alsof ik over een balanceertouw loop, maar heb ik juist het gevoel dat ik moeiteloos de goeie lijn kan volgen. Elke zin komt in één keer te staan, en ik weet aan het eind van elke alinea al wat de volgende moet gaan worden. Het voelt allemaal heel intuïtief, heel anders dan dat ik er normaal voor moet wèrken om het te laten gebeuren.

Na een paar pilsjes schrijf ik alleen nog vooruit. Ik stop niet na elke paragraaf, en ga terugkijken naar wat er al staat, en of dat wel de goede kant opgaat, en of dat wel klopt, maar ik ga rechtdoor ookal heb ik helemaal niet doorgedacht over waar ik eigenlijk heenga. Ik laat mijn vingers gewoon het schrijfwerk doen, en het komt er zo uitgerold, zonderdat ik kritisch denk of voel over wat ik zeg.

De volgende dag ziet dat er vaak anders uit. Ookal ben ik niet dronken, ik heb toch wel een tikkie teveel vertrouwen in wat ik schrijf als ik wat alcohol heb gedronken, en als ik het teruglees zie ik wel wat ik bedoelde, maar is het een boeltje geworden. Maar meestal is dat enthousiasme en die lijn die ik voelde wel inspirerend genoeg om het stukje te herschrijven.

Bierstukjes en koffiestukjes hebben wel iets gemeen, ik moet ze altijd herschrijven. Als ik maar een paar kopjes koffie heb gedronken op een dag schrijf ik het beste. Maar ik heb wel gespeeld met het idee om een koffiestukje nogeens aan te passen als ik wat bier opheb, en omgekeerd. Dat heb ik een paar keer geprobeerd, vooral als ik pils ophad, en ik hoopte telkens dat dat stukjes zouden worden die alle goeie dingen van de twee soorten hadden.

Maar zo ging dat niet. Gek genoeg werkt dat helemáál niet, en wordt het een boeltje. Er blijft van het originele stevige stuk niets meer over, en ik krijg wel het gevóél dat ik een fijne lijn in mijn verhaal maak om de lezers makkelijk mee te nemen, maar als ik het zèlf al lees als ik weer nuchter ben, volg ik het al maar half. En als ik met koffie een stukje aanpak wat ik met bier op schreef, wordt het kaal en droog.

Ik vind het jammer dat ik bierstukjes en koffiestukjes niet samen kan brengen. Maar misschien is dat ookweer nietzo erg, want de stukjes die ik zonder bier èn zonder koffie heb geschreven, krijgen wel de meeste "hits." De bierstukjes geven me de meeste lieve reacties, en de koffiestukjes zorgen weer voor stapels mail, maar mensen vinden ze gewoon minder spannend denk ik.